I
1
Paaipaai is wel erg aanhalig. Onrust neemt het over van tevredenheid. Opstaan dan maar om de kraan steviger aan te draaien. De regen op de ruiten neemt het over van de druppel in de wasbak. De vlam van de kaars flikkert een laatste keer. Paaipaai krast als een kadobrengende kraai.
2
Was de tevredenheid te gezapig? Is Paaipaai balorig? Is het om mij duidelijk te maken dat er plannen zijn die verbannen zijn naar het gebied van de grote stilte? In het gebied waar ik het over heb spelen herten kopbal met de volle maan. In het gebied waar ik het over heb vieren slangen hun solidariteit met talloze andere planten en talloze andere dieren.
Verlatenheid is hen vreemd, zoals verlatenheid ons vreemd is. Zoals overal en altijd onze omstandigheden samenlopen. Deel van een omvangrijkere intentie komt ons helemaal kosteloos toe. Coincidenties zijn regel, zonder uitzondering. Dat is waardoor onze omstandigheden gedefinieerd worden.
3
Samen met Paaipaai zwaaien wij naar de overvliegende zwaluwen. Moeiteloos vertellen wij ons buitensporige verhaal. Dat waar wij niet voor hebben hoeven oefenen. Jouw buitensporige verhaal vond jou, mijn buitensporige verhaal vond mij, ons buitensporige verhaal vond ons. En vindt ons, ieder uur, iedere dag, iedere week. In ons buitensporige verhaal komt fantastisch niet voor. In ons buitensporige verhaal komt grotesk niet voor. In ons buitensporige verhaal bestaat alles als wonderlijk. Zonder categorie, zonder censuur. Wij laten ons verrassen door de dramatische werkelijkheid. In de dramawerkelijkheid waar ik het over heb is ons buiten-sporige verhaal binnensporig.
In de dramawerkelijkheid waar ik het over heb is ruimte en tijd de substantie, is geboorte en sterven het principe en is de ander kennen en door de ander gekend zijn het potentieel. In de dramawerkelijkheid waar ik het over heb is naturaliteit de vorm, is culturalisatie het proces en is identiteit de vitaliteit.
4
Zij kan hilarisch zijn, deze Paaipaai. Lijstjes zijn haar forte. Geboortedata, sterfdata, namen die de mensheid verzonnen heeft om het hoe-en-waarom-mysterie van de proto-aanwezigheid binnen hersenbereik te brengen, theorieën die de mensheid verzonnen heeft om het hoe-en-waarom-mysterie van de eigen aanwezigheid binnen hersenbereik te brengen. Drie namen, vier, vijf, vijfhonderd. Drie theorieën, vier, vijf, vijfhonderd.
5
O hoe mysterieus, welke aanwezigheden in deze thuiskamer op dit moment, direct of indirect, bepalend zijn voor de atmosfeer.
6
Zij kan joviaal zijn, deze Paaipaai. Bezoekt zij de buren en de wind staat mijn kant op, dan bereikt mij het geanimeerde gesprek. Meer dan eens onderbroken door bulderend gelach. Haar stem de animator. Ik glimlach – stevig in de ervaring dat niets of niemand de orde die zij en ik hier binnen met elkaar delen kan verstoren. De orde waar ik het over heb is gratis. Deel van een om-vangrijkere orde komt mij helemaal kosteloos toe. Een omvangrijkere orde die ik als wonderlijk bewonder. Zich overgevend aan deze orde kan Paaipaai uren dagen weken dromerig voor zich uit staren. Super alert, een en al vrijstromende concentratie. Waardoor haar kleuren intensiveren en haar intelligentie tastbare vormen aanneemt. Mij overgevend aan deze orde kan ik uren dagen weken dromerig voor mij uit staren. Zonder emotioneel vertoon reken ik af. Raadpleeg verwanten die nog weten van het wilde. Compenseer de nadelen met de voordelen, de onderdelen met de bovendelen. Daar en daar treffen elkaar in nu, toen en dan treffen elkaar in hier. En ja, ingesleten patronen stuiten op constructies van recente makelij. Labiel nog, tastend naar bestaansrecht. Desal-niettemin vredig in zichzelf, vertrouwend op zichzelf. Hoe breed het scala aan mogelijkheden. Als één plus één drie kan zijn, vier, vijf, vijfhonderd. Als labiel de norm kan zijn, vredig in zichzelf, vertrouwend op zichzelf.
7
Samen met Paaipaai zwaaien wij naar de overvliegende zwaluwen. Moeiteloos doen wij onze fraaie draai. Die waar wij niet voor hebben hoeven oefenen. Jouw fraaie draai vond jou, mijn fraaie draai vond mij, onze fraaie draai vond ons. En vindt ons, ieder uur, iedere dag, iedere week. Moeiteloos zingen wij onze diepe melodie. Die waar wij niet voor hebben hoeven oefenen. Jouw diepe melodie vond jou, mijn diepe melodie vond mij, onze diepe melodie vond ons. En vindt ons, ieder uur, iedere dag, iedere week. Ze zijn niet vast te leggen. Onze draai niet, onze melodie niet, ons verhaal niet.
Zijn pogingen om het oneindige vast te leggen niet gedoemd te mislukken? Zijn pogingen om het eeuwige vast te leggen niet gedoemd te mislukken? Is de microoste microscoop niet nodeloos micro, wanneer ik wens te zien wat een mier ziet? Is de teleste telescoop niet nodeloos tele, wanneer ik wens te zien wat het bindweefsel is dat mij met de sterren verbindt?
8
Ruwe oppervlakken passen mij. De ruwheid waar ik het over heb is onstaan door gebruik. Een oppervlak dat met zorg gebruikt is, maanden jaren levens. Activiteiten die misschien niet dagelijks met dezelfde toewijding uitgevoerd zijn, maar plichtmatig nooit. Er zitten fraaie draaien in, er zitten diepe melodieën in, er zitten buitensporige verhalen in. En nog veel veel meer. In deze tafelbladen, die een verbond hebben met handen. In deze vloerplanken, die een verbond hebben met voeten. Aanraken wat aangeraakt is, heeft op mij een koesterende werking. Inwerking, uitwerking, rondwerking, door-werking.
9
Wat geen vat op mij heeft, is de ongegronde radeloos-heid, waar een zeker deel van de mensheid tegenwoordig in lijkt te verdrinken. Alsof er gebrek zou zijn aan gegronde radeloosheid. Met de porties die ik gedeeld krijg speel ik, met mijn welzijn als inzet. Dit gebeurt wanneer het zich voordoet; sporadisch, maar steevast. Dit gebeurt waar het zich voordoet; nogal eens op deze sofa in deze thuiskamer. De wonderlijke wonden openen. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inweg uitweg rondweg doorweg – wat ook de inkomst, wat ook de uitkomst, wat ook de rondkomst, wat ook de doorkomst. De ruimtes en de tijden openen waar de wonden ontstonden. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inzicht uitzicht rondzicht doorzicht – wat ook de invloed, wat ook de uitvloed, wat ook de rond-vloed, wat ook de doorvloed. Paaipaai begint te gapen. Ik ben er nog steeds niet achter of dit oorzaak of gevolg is van de atmosfeer die dit spelen vergezelt. Hoe dan ook, zij toont weinig interesse in mijn spel en doet een dut. Ik geef Paaipaai geen ongelijk. Spelsessies met mijn porties zijn niet iets waar een ander vrolijk van wordt. Westwaarts met de zon, heeft zij wel eens als commentaar gegeven. Daar werd ik vrolijk van. De lap, waarop dit commentaar geborduurd staat, ligt nog steeds hierboven op de zolder. En hoewel gesigneerd door Paaipaai, ben ik ervan overtuigd dat zij geen bezwaar zal maken als ik mij er binnenkort van ontdoe.
10
Jij vredig in jou vertrouwend op jou, ik vredig in mij vertrouwend op mij, wij vredig in ons vertrouwend op ons.
De communicatie waar ik het over heb is telepatisch.
Zender ontvanger bericht – een dynamische drie-eenheid. Actie ervaring begrip – een dynamische drie-eenheid. Jij ik wij – een dynamische drie-eenheid.
De optimale maat van bevrediging – inademen uitademen rondademen doorademen.
II
1
Het is wonderlijk. De bomen staan er kaler en kaler bij. Het ene na het andere blad vond en vindt zijn plaats op de grond. De zomer is vertrokken naar het andere half-rond. Met de zomer zijn vertrokken veel lichturen en veel vogels. Het is het seizoen van de laatste oogst-tochten. De oogsttochten waar ik het over heb worden in het binnensporige verhaal geclassificeerd als bar. De oogsttochten waar ik het over heb ervaar ik als verruk-kelijk. Ze passen mij. Passen ons, zeg ik liever, want ik ben op deze tochten niet alleen. En dan de oogst, de met brandnetelveters omwikkelde brandnetelbundels. Ze zijn schitterend.
2
Voor een zwaluw is een zwaluw die in augustus in dit halfrond aan een vliegtocht van achtduizend kilometer begint geen roekeloze waaghals. En wanneer zij een maand later haar bestemming op het andere halfrond bereikt, wordt zij niet als een vermetele durfal gehuldigd. Geen groeiende ongerustheid, geen ontladende opluchting, geen groots onthaal, geen heldenverhaal. Haar ruimte gaat door haar en zij gaat door haar ruimte, haar tijd gaat door haar en zij gaat door haar tijd. Haar leven gaat door haar en zij gaat door haar leven, haar dood gaat door haar en zij gaat door haar dood.
3
Mijn leven gaat door mij en ik ga door mijn leven, mijn dood gaat door mij en ik ga door mijn dood. Mijn ruimte gaat door mij en ik ga door mijn ruimte, mijn tijd gaat door mij en ik ga door mijn tijd.
Jouw overal-altijd gaat door mij en ik ga door jouw overal-altijd, ons overal-altijd gaat door mij en ik ga door ons overal-altijd. Onder alle omstandigheden loopt ons overal-altijd samen. Deel van een omvangrijkere in-tentie komt ons helemaal kosteloos toe. Synchroniteiten zijn regel, zonder uitzondering. Dat is waardoor ons overal-altijd gedefinieerd wordt. Ons veronderstelt een wij. Minstens een jij en een ik. Jij en ik treffen elkaar in wij, kennen en gekend zijn treffen elkaar in wij, jou en mij treffen elkaar in ons. En als ik er geen benul van heb dat ons overal-altijd samenloopt, dan bestaat wij niet.
Dan besta ik in het wijloze-ik, dan besta ik in het ikloze-wij. Het wijloze-ik waar ik het over heb is het ik-en-de-rest-ik. Het ikloze-wij waar ik het over heb is het wij-en-nietwij-wij.
4
Het wijloze-ik en het ikloze-wij mogen wat mij betreft in de vergetelheid verdwijnen. Zoals er in onze taal meerdere woorden zijn die wat mij betreft in de ver-getelheid mogen verdwijnen. Held is zo'n woord. Slacht-offer is zo'n woord. Deze woorden vertellen verhalen die hun waarheid halen uit aannames. De aannames waar ik het over heb falen wanneer ze getoetst worden aan de volle werkelijkheid. In de volle werkelijkheid waar ik het o-ver heb voedt de dramawerkelijkheid de liefdeswerkelijk-heid terwijl de liefdeswerkelijkheid de dramawerkelijk-heid voedt. In de liefdeswerkelijkheid waar ik het over heb is trilling de vorm, is communicatie het proces en is heelheid de vitaliteit. Is de letterlijke slachtof-ferpraktijk niet het resultaat van de geblokkeerde communicatie tussen een wijloze-ik en de doden? Aanraken wat dood is heeft een koesterende werking. Inwerking, uitwerking, rondwerking, doorwerking. Vraag het een hert, vraag het een slang, vraag het een mier, vraag het een ster, vraag het een zwaluw, vraag het een paling. Paling paling schitterend juweel, is de volle werkelijk-heid jou ooit teveel? Geboorte en sterven treffen elkaar in nu, leven en dood treffen elkaar in hier. Wanneer de levenden vrijstromende metgezellen zijn van de doden, hoeft er niet geofferslacht te worden. Wanneer de levenden vrijstromende metgezellen zijn van de doden, voedt zonder offerbloed het leven de dood terwijl de dood het leven voedt.
5
Gehoorzaam geziezaam geruikzaam gevoelzaam geproefzaam, Is waar ik door wordt bewogen hetzelfde als wat mij beweegt? Is het mogelijk een orgaan in mij aan te wijzen, dat functioneert als de oorsprong van mijn actie ervaring begrip? Over mijn nevenactie nevenervaring nevenbegrip nog maar gezwegen. Om het gezellig te hebben met Paaipaai pluis ik uit wat niet uitgeplozen wenst te worden, kies ik uit wat niet uitgekozen wenst te worden, stel ik uit wat niet uitgesteld wenst te worden, vertel ik wat niet verteld wenst te worden. En ik probeer de maat van het mateloze te achterhalen. De laveloos lijkt me als maateenheid wel wat. Hoe deze precies geijkt wordt, is nog niet helemaal duidelijk. Maar per laveloos klinkt niet onaardig. Drie laveloos, vier laveloos, vijf laveloos, vijhonderd laveloos.
6
O hoe mysterieus, welke factoren in deze thuiskamer op dit moment, direct of indirect, bepalend zijn voor mijn ik-besef.
III
1
Wat waar wij gewoond hebben gewoon was, is waar wij wonen ongewoon.
Toch nog onverwacht heeft de kast het begeven. Hij stond al lang ongebruikt, afgeladen vol met in onbruik geraakte papieren. Niets bijzonders, het gewone papieren kostuum van alle maten die toen in dit land in het binnensporige verhaal van deze maatschappij hun maat-schappelijke rol speelden. Dit verplichte kostuum heeft in het nieuwe millennium een wat strakkere snit gekregen en is inmiddels niet meer van papier. Terwijl het binnensporige verhaal, zonder de geringste verandering te ondergaan, met iedere herhaling schriller is gaan klinken.
2
Ergens wordt er nog of weer op klompen gedanst. Ergens wordt er nog of weer van a naar b gelopen. Ergens wordt er nog of weer met inkt op papier geschreven. Ergens wordt er nog of weer postelein gegeten. Ergens wordt er nog of weer een buitensporig verhaal verteld. Inderdaad ja, de activiteiten waar ik het over heb kunnen met geluid gepaard gaan, maar met lawaai nooit. In de activiteiten waar ik het over heb is, wanneer ze gericht zijn op een produkt, de balans tussen ervaring en resultaat half half. De activiteiten waar ik het over heb worden genoten, omdat ze erkend worden als deel van een omvangrijkere intentie. Inderdaad ja, dit zijn andere maten dan de maat waarmee de maten van voornoemde maatschappij gemeten worden. Voor die maat lijkt me de haveloos als standaard wel wat. Hoe deze precies geijkt wordt, is nog niet helemaal duidelijk. Maar per haveloos klinkt niet onaardig. Drie haveloos, vier haveloos, vijf haveloos, vijhonderd haveloos.
3
Gelukkig heeft zij zelfspot. Jammer dat zij zo zelfingenomen is. Ja, er zijn in onze taal nogal wat woorden die in het binnensporige verhaal geen eenduidige betekenis hebben. Is het zelf in zelfbediening hetzelfde zelf als het zelf in zelfmoord? Is het zelf in zelf-bevrediging hetzelfde zelf als het zelf in zelfanalyse? Zelfrespect wordt geclassificeerd als positief, eenzelvig als negatief. Voor jezelf zorgen als positief, zelfgenoegzaamheid als negatief. Op eigen benen staan als positief, eigengereid zijn als negatief.
En ik mijmer. Wat is mij in: het vindt mij, het komt mij toe, ik geef mij over, het past mij, vergeef mij, hou mij vast, ik heb mij vergist, ik spreek mij uit, ik vermaak mij, beledig mij niet? Laat ik zeggen dat er iets voor te zeggen valt woorden als zelf en eigen en mij wat verse aandacht te geven. Uit het gebruik van deze woorden blijkt dat binnen het taalgebied weinig duidelijkheid bestaat over wat het is wat met deze woorden benoemd wordt. Duiden, determineren, definiëren. Zodat de totaliteit van alles waarop zo'n woord van toepassing geacht wordt niet uit elkaar valt. Als zij ervoor in de stemming is kan Paaipaai zichzelf heel goed amuseren – vredig in zichzelf. Paaipaai ligt zelden met zichzelf overhoop – vertrouwend op zichzelf. Even de zaadjes uitstrooien en de rest gaat vanzelf. Even het knopje indrukken en de rest gaat vanzelf.
4
Vanzelfsprekend voor ons is, dat onze coördinatie de perfecte coördinatie is. Overal en altijd. Onder alle omstandigheden. Zonder uitzondering. Actie perfect op elkaar afgestemd, ervaring perfect op elkaar afgestemd, begrip perfect op elkaar afgestemd. Ons perfect. Dat is waardoor onze coördinatie gedefinieerd wordt. Onze veronderstelt een wij. Minstens een jij en een ik. Heelheid en communicatie treffen elkaar in onze wij-trilling, jij en ik treffen elkaar in onze wij-trilling. En zou jouw en mijn coördinatie niet ons perfect zijn, dan bestond wij niet.
Dan zou ik bestaan in het wijloze-ik, dan zou ik bestaan in het ikloze-wij.
5
Het groeiproces van een organisme. De werking van de ruimte, de werking van de tijd. In de woorden leeftijd en levensduur is de werking van de tijd verdisconteerd, niet de werking van de ruimte. Iedere vogel in een zwerm heeft een eigen ruimte, met eigen groeicondities. Ieder blad aan een boom heeft een eigen ruimte, met eigen groeicondities. Wat ook de inwerking, wat ook de uit-werking, wat ook de rondwerking, wat ook de doorwerking. Licht en schaduw, droog en nat, warm en koel. Laat ik zeggen dat er iets voor te zeggen valt een woord als leeftijd of een woord als levensduur wat verse aandacht te geven. Woorden die betrekking hebben op de levens-processen van groei en aftakeling. Ze niet exclusief als tijdgebonden te conceptualiseren, maar ook de factor ruimte te includeren. Duiden, determineren, definiëren.
6
Schuilt in elk verhaal een kwaal? Schuilt in elke kwaal een remedie. Wat is de kwaal van het binnensporige verhaal? Wat is de remedie?
Wat is de kwaal van ons buitensporige verhaal?
Vraag het de ruimte, vraag het de tijd. De wonderlijke wonden openen. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inkeer uitkeer rondkeer doorkeer – wat ook de opkomst, wat ook de afkomst, wat ook de rondkomst, wat ook de doorkomst. De ruimtes en de tijden openen waar de wonden ontstonden. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inkijk uitkijk rondkijk doorkijk – wat ook de opkomst, wat ook de afkomst, wat ook de rondkomst, wat ook de doorkomst. Inwaarts en uitwaarts en rondwaarts en doorwaarts, groei en aftakeling, opbouw en afbraak, geboorte en sterven.
7
En argeloos spelen wij met de herten kopbal met de volle maan. En argeloos vieren wij met de slangen onze solidariteit met talloze andere planten en talloze andere dieren. En wij nodigen iedereen die zich geroepen voelt uit voor een afspraak aan de zelfkant van deze samenleving om samen met ons het binnensporige verhaal binnenstebuiten te keren. En ongeacht haar stemming aaien wij Paaipaai. En waar troost welkom is, brengen wij troost.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten