1
Lag ik op de aarde, met mijn schat aan mijn zijdes. Mijn enkels gekruist, lag ik op de aarde. Droog en hard na een volle dag felle zon. Hard en glad na een volle nacht stortende regen. Donder en bliksem vulden de tijd en vulden mijn lijf.
2
Is de ruimte niet het geheugen van de tijd? Nietes (geniet), welles (geweld). O hoe Cara Colette mij getrained heeft, deze hondin aan mijn zijdes. Tranen en tederheid vulden de tijd en vulden mijn lijf. En dan een buik vol lach en lucht. En dan een rug vol lach en lucht. O hoe Cara Colette mij traint.
Hoe te ontvangen (vangen), hoe te ontmoeten (moeten), hoe te ontsnappen (snappen). Te concentreren. De interne krachten te mobiliseren, wisselwerking toe te laten met de externe krachten. Ontspannen (spannen): wat doet een foto van een ding met dit ding?
Wat doet een helderziende via een foto van jou met jou? Ontsluiten (sluiten): verbinding maken met de batterij. De toverrover vertelt: er zijn nogal wat mensen die aan hun tover weinig waarde lijken te hechten; ze laten het overal slingeren. Mijn roofacties worden zelden direct genoteerd.
En wanneer ze eindelijk wat missen, is er van mij geen spoor meer. Ooit stelde mijn roeping wat voor, maar tegenwoordig is het te gemakkelijk hoe ik in één middag een hele straat aanpak zonder enig alarm. Nieuwe periodes, nieuwe visies, nieuwe problemen. Als toverrover roof ik tover, maar waar laat ik alle tover, die ik op mijn slofjes roof?
3
Lig ik op de aarde, met mijn schat aan mijn zijdes. In de schaduw van een rots, aangenaam koel. Luchtstromen spelen met de grotopening, aangenaam onderhoudend. Voelt het als thuis, het bed waarop u slaapt? Voelt het als thuis, de tafel waaraan u eet? Voelt het als thuis, het oog waarin u kijkt? Er zijn vruchten, die mensen enkel ruiken
vanaf een afstand. Er zijn vruchten, die mensen enkel ruiken wanneer ze gekneusd worden. Er zijn vruchten, die enkel geuren bij een bepaalde temperatuur. En zoveel varianten meer. Er zijn rozen, die voor mij geen geur hebben. Er zijn rozen, die mij met hun geur bedwelmen.
4
Mensen die vuur onderzoeken jammeren niet, als de rook hen een keer bevangt. Mensen die leven met alles wat leeft, hebben geen vertaling nodig om, met alles wat leeft, zo over wijsheid te kunnen beschikken als alles wat leeft over wijsheid beschikt. De berg te zijn
vs. te trainen om de berg te beklimmen. Zenuwen, aderen, spieren. Om de berg te bedwingen. Alle pogingen zullen falen. De vormen te zijn volgens het hele gamma van frequenties en volgens het hele gamma van non-frequenties. Zoals de schat aan mijn zijdes.
De vormen te zijn volgens het hele gamma van golflengtes en volgens het hele gamma van non-golflengtes. Zoals de schat aan mijn zijdes. Water te zijn. Als stoom, als druppel, als stroom, als sneeuw. Zoals de schat aan mijn zijdes.
5
Heeft u ze onderzocht, de alfabetten van de archieven? Waarin en waardoor de indrukken gewekt worden van orde helderheid inzicht overzicht. Algenritmes vibreren in de grot. Heliumballen, waterstofballen, zuurstofballen. Oerknalkernen kermen kleurloos geurloos smaakloos. Ik hoor herbivoren het koren kauwen, zongewarmd of bevroren. Klauwen krommen, hoeven splijten.
Deze dag, deze zonnige bijna windstille dag, moet ik het zonder visioen doen. Me overgeven aan de verkoelende schaduw. UVfilters beschermen mijn corneas. Vertrouwd het uitzicht; alles op een eigen plek. De ontelbare mogelijkheden, maar voor alles is er slechts één die eigen is. En dit is nu mijn omstandigheid; een breed dit, een diep dit, een rijk dit.
Ja een verrukkelijk bevredigend dit. Wie kan het beter dan best hebben? Niemand – en ik heb het best. Gelooft u mij? En ook: niemanden bestaan niet – als ze bestaan zijn het iemanden. En ook: niets bestaat niet – als het bestaat is het iets.
6
Als het toch eens zo was, dat je ze verstond, de coördinaten van frequentie en golflengte. Als het toch eens zo was, dat windinstrumenten de partituren van de winden speelden. Weet u wat tijd is? Wat de dichtheid van tijd is? Wat de massa? Wat het volume?
Deze dag zijn de luchten spectaculair. De vogels vliegen glijdend, hoge solovluchten. Het blauw zo licht dat het zich nauwelijks onderscheidt van het wisselende wolkenwit. Het evenbeeld, de nabijheid, het centrum. Een oefening in kijkend kijken; de tederste oogmassage.
7
O de temperaturen die je te verduren krijgt. De gouden regens die je te verduren krijgt. De niet aflatende dagenlange gouden regens. En de niet aflatende nachtenlange gouden regens. De stormen, de stiltes. De liedjes, de lach.
Sinds toen zing ik enkel nog, wanneer ik de lach op mijn gezicht in iedere cel van mijn lijf voel. Begrijpt u? Een buik vol lach en lucht, en een rug vol lach en lucht. En sinds toen werk ik enkel nog zoals ik wandel.
Wandel ik enkel nog zoals ik dans. Dans ik enkel nog zoals ik zing. Zing ik enkel nog zoals ik lach. Met iedere cel van mijn lijf. Zenuwen vol lach en lucht, en aderen vol lach en lucht, en spieren vol lach en lucht.
8
Wij gaan de grot in, de schat aan mijn zijdes en ik. Bukken ja en kruipen ja. Direct na de krappe doorgang de grenzeloosheid van de donkerte, de immense klaarheid van de tijd. Mensen die leven met alles wat leeft, zullen zich niet de topper wanen van de schepping.
Wie zich de topper waant van de schepping wekt de indrukken van orde helderheid inzicht overzicht. Maar de wisselwerking tussen de interne natuur en de externe natuur is verbroken. Onkruid (kruid). Onweer (weer).
Wie met de tijd gaat, gaat met orde. Wie met de tijd gaat, gaat met helderheid. Wie met de tijd gaat, gaat met inzicht. Wie met de tijd gaat, gaat met overzicht. Het eigen traject. Zoals alles wat in de natuur groeit.
Wie met de lokatie gaat, gaat met orde. Wie met de lokatie gaat, gaat met helderheid. Wie met de lokatie gaat, gaat met inzicht. Wie met de lokatie gaat, gaat met overzicht. Het eigen traject. Zoals alles wat in de natuur groeit.
Een voortdurende ordelijke beweging, een voortdurende heldere beweging, een voortdurende inzichtelijke beweging, een voortdurende overzichtelijke beweging. Jij dient de beweging en de beweging dient jou. Zoals jij de tijd dient en de tijd jou. Zoals jij de ruimte dient en de ruimte jou.
9
Lig ik in de grot, met mijn schat aan mijn zijdes. Mijn benen gespreid. De wanden grommen en de tijd gromt. Mijn adem stroomt loom. Weet u wat liefde is? Wat de dichtheid van liefde is? Wat de massa? Wat het volume?
De grot groet. Koesterend als stilte koesterend kan zijn. Een oefening in luisterend luisteren; de tederste oormassage, levensvreugde van de onbezoedelde soort, verkwikkend voor alles wat ik mijn noem. Ook als het niet kijkt, ziet mijn oog – (ook als ik niet kijk, zie ik). Ook als het niet luistert, hoort mijn oor – (ook als ik niet luister, hoor ik).
Ook als het niet realiseert, communiceert mijn liefde – (ook als ik niet realiseer, communiceer ik). Weet u wat stilte is? Wat de dichtheid van stilte is? Wat de massa? Wat het volume? Hoeveel berekeningen zijn afgeleiden van afgeleiden? Begrijpt u? Systemen als luchten.
Die geïsoleerd en gefotografeerd worden. Die gearchiveerd worden. De lucht is grijs – nee het is dag. De lucht is wit – nee het is nacht. Weet u wat schoonheid is? Wat de dichtheid van schoonheid is? Wat de massa? Wat het volume?
Vervangt de schoonheid van ieder nu-moment niet de schoonheid van ieder toen-moment? Wat zegt een foto van de zon over warmte? Wat zegt een foto van een vuur over de wind? En wat een foto van een lucht over de tijd? Is het mogelijk om de expressies van de tijd te isoleren? Te conserveren en te archiveren? Wordt niet een foto van dat toen-moment bekeken in dit nu-moment?
Vervangt de schoonheid van iedere hier-lokatie niet de schoonheid van iedere daar-lokatie? Wat zegt een foto van de maan over heimwee? Wat zegt een foto van een grot over stilte? En wat een foto van een zee over de plaats? Is het mogelijk om de expressies van de ruimte te isoleren? Te conserveren en te archiveren? Wordt niet een foto van die daar-lokatie bekeken op deze hier-lokatie?
10
In de ziende ogen van de schat aan mijn zijdes woon ik. Achter mijn gesloten oogleden woon ik. In het gefluister van de hitte woon ik. In het gebulder van donder en bliksem woon ik. In de geur van witte rozen. In de rook van smeulende verse bladeren.
Ah de trossen treurige rozen. Het mededogen. De woorden waarvan ik de melodie was, ik ben ze vergeten. De liefde is niet iets wat ik u kan geven, of u mij. De liefde is niet iets wat ik u kan onthouden, of u mij.
Het pad dat vorige maand een gebaand pad was, kan volgende maand overwoekerd zijn, amper nog herkenbaar, zeker onbegaanbaar, als het niet af en toe bezocht wordt door een dier of een mens. Afbreken, afkappen, afzagen. De bramenranken lijken begin noch einde te hebben – bakenen een stukje territorium af waar geen haasrover in kan doordringen.
Ah de kransen uitbundige rozen. Blozende kussen. Volop in bloei, de groene muren tussen mijn huis en de huizen van mijn buren. Kan in een droom een visie spreken? O hoe Cara Colette mij traint: hoe te vertrouwen op de wildgroei. Zoete sappen, bittere sappen. Bloemen, bladeren, wortels.
11
Is het inmiddels niet bewezen dat voor vrijheid niet te vechten is? Is het inmiddels niet bewezen dat wijsheid niet te leren is? Is het inmiddels niet bewezen dat waarheid niet te bewijzen is? Adem vrijheid in, adem vrijheid uit. Adem wijsheid in, adem wijsheid uit.
Adem waarheid in, adem waarheid uit. Het grijpt je of het grijpt je niet. Je grijpt het of je grijpt het niet. Begrijpt u? Kalendermeisjes en vergeetmijnietjongetjes zijn wij, zowel u als ik ook. De bladeren baden, zowel in de lichten van de zon
als in schaduwen van de zon ook. De bladeren baden, zowel in de strelingen van de bries als in het zwiepen van de storm ook. De bladeren baden, zowel in de geuren van de bloeiende bloemen als in de geuren van de verlepte bloemen ook. De bladeren baden, zowel in het gezoem van de talloze insecten als in de stiltes van de talloze insecten ook.
Zowel de externe krachten als de interne krachten ook. Een ik zonder een jij ervaart niet de extase; de extase van het enkelvoudige ik – (het serene ik, het lucide ik). Een ik zonder een jij ervaart de leegte; de leegte van het veelvoudige ik – (het vluchtige ik, het onaanraakbare ik, het onkenbare ik). Een ik zonder een jij is potentie en door een jij is een ik een creatie;
een permanent ik, een aanraakbaar ik, een kenbaar ik. Zowel het leven als de dood ook. Begrijpt u? Gekend in het leven dan ook gekend in de dood. Aangeraakt in het leven dan ook aangeraakt in de dood. Permanent in het leven dan ook permanent in de dood.
Begrijpt u? Er zijn mensen, die een jij enkel ruiken van een afstand. Er zijn mensen, die een jij enkel ruiken wanneer het gekneusd is. Er zijn mensen, die een jij enkel ruiken bij een bepaalde temperatuur. En zoveel varianten meer. Er zijn jijen, die voor mij geen geur hebben.
Er zijn jijen, die mij met hun geur bedwelmen. Mij in alles wat mijn is; mijn toegeëigende zenuwen, mijn toegeëigende aderen, mijn toegeëigende spieren. De ik sereen, in waarheid met een jij en in waarheid met een wij. De ik lucide, in wijsheid met een jij en in wijsheid met een wij.
12
Zowel cultuur als natuur ook. De geciviliseerd opgeleide, behoeftig als een baby zonder het natuurlijke van de babystaat. Indien de jij een symbool is (een idee, een beeld, een voorstelling), indien de jij een projectie is (een spiegel, een labyrint, een mythe), indien de jij een reflectie is (een vrouw, een man, een kind).
Ontsnappen, ontmoeten, ontvangen. Dat boek heb ik gelezen ja, ja ik ken dat boek. Die film heb ik gezien ja, ja ik ken die film. O het gemak waarmee gekend wordt. Jazeker ik kan dat boek navertellen. En die film jazeker. Jazeker liep die gebeurtenis volledig uit de klauwtjes en uit de hoefjes.
Het ene dwingeland onderwerpt het andere dwingeland. De hysterische overmoedigen. En de gedigitaliseerde begroetingen glitchen in de overkokende hersenpannen. Kan een lach geconserveerd worden? Zo ja, hoe? De toenaderingslach, de grappenlach, de ontladingslach.
O het verlangen, het verlangen gekend te zijn door een jij; de leegte teniet te doen. O het verlangen, het verlangen een jij te kennen; verbondenheid te ondergaan met een jij. De geïdentificeerde ander. De ongeïdentificeerde ander.
Is identiteit van het leven of is identiteit van de dood? Weet u het? Of is identiteit zowel van het leven als van de dood ook? O de verleiding, de verleiding. Mensen die leven met een enkelvoudig ik zullen niet in de verleiding, de verleiding komen
om de jij waarmee ze hun innerlijke dialoog voeren (intiemst intiem) te verwarren, te verwarren met een alwetend opperwezen. Een denkbeeldige jij, als substituut voor de afwezige kennende ander. Extase en leegte. Iemand en niemand. Iets en niets. O de verwarring, de verwarring. Wij en jij en ik.
13
Zomer op het ene halfrond, winter op het andere halfrond. Bomen ruisen, bomen kraken. Er wordt geboren, er wordt gestorven. Er is slechts één werkelijkheid. Mag ik dit herhalen? Er is slechts één werkelijkheid. Zowel circulaire bewegingen van de tijd
als lineaire bewegingen van de tijd ook. Zowel collectieve ervaringen als individuele ervaringen ook. Deze dag, jaren geleden, baarde een vrouw een dochter; een dochter die, jaren later, mij baarde.
Alle dagen en alle nachten staat het raam open. Ik vrees geen indringers. Mijn huis staat nooit onbewoond. De concentratie, het contact, de communicatie. Zowel monoloog als dialoog ook. Zowel potentie als creatie ook. De ik vrij, in eenheid met een jij en in eenheid met een wij.
Eén ziende blik, één horende luister. In vrijheid, in onafhankelijkheid. Weet u, of mensen in een cultuur hun natuur kunnen vinden? Mijn antwoord is nee, ik niet. Weet u, of mensen in de natuur hun cultuur kunnen vinden? Mijn antwoord is ja, ik wel.
14
En dan de liedjes van de verte. Het liedje JIJ.
’Er is geen ik
als er geen wij is.
Door de jij van wij
wordt mijn ik van mij.
Ja jij, Cara Colette,
bent de jij voor mij.’
en het liedje WIJ:
’Er is geen wij
met een ik en een jij;
in de wij van de wij-wolk
verdwijnt de ik,
in de wij van de wij-wolk
verdwijnt de jij.’
JIJ en WIJ zijn liedjes van Cara Colette en Martoush. Iedere Cara Colette overal en iedere Martoush overal vragen iemand om een dans. En o er wordt gedanst!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten