donderdag 2 mei 2024

(2850 woorden) PAAIPAAI *2022

 

I

     1
Paaipaai is wel erg aanhalig. Onrust neemt het over van tevredenheid. Opstaan dan maar om de kraan steviger aan te draaien. De regen op de ruiten neemt het over van de druppel in de wasbak. De vlam van de kaars flikkert een laatste keer. Paaipaai krast als een kadobrengende kraai. 


     2
Was de tevredenheid te gezapig? Is Paaipaai balorig? Is het om mij duidelijk te maken dat er plannen zijn die verbannen zijn naar het gebied van de grote stilte? In het gebied waar ik het over heb spelen herten kopbal met de volle maan. In het gebied waar ik het over heb vieren slangen hun solidariteit met talloze andere planten en talloze andere dieren. 

Verlatenheid is hen vreemd, zoals verlatenheid ons vreemd is. Zoals overal en altijd onze omstandigheden samenlopen. Deel van een omvangrijkere intentie komt ons helemaal kosteloos toe. Coincidenties zijn regel, zonder uitzondering. Dat is waardoor onze omstandigheden gedefinieerd worden. 


     3
Samen met Paaipaai zwaaien wij naar de overvliegende zwaluwen. Moeiteloos vertellen wij ons buitensporige verhaal. Dat waar wij niet voor hebben hoeven oefenen. Jouw buitensporige verhaal vond jou, mijn buitensporige verhaal vond mij, ons buitensporige verhaal vond ons. En vindt ons, ieder uur, iedere dag, iedere week. In ons buitensporige verhaal komt fantastisch niet voor. In ons buitensporige verhaal komt grotesk niet voor. In ons buitensporige verhaal bestaat alles als wonderlijk. Zonder categorie, zonder censuur. Wij laten ons verrassen door de dramatische werkelijkheid. In de dramawerkelijkheid waar ik het over heb is ons buiten-sporige verhaal binnensporig.

In de dramawerkelijkheid waar ik het over heb is ruimte en tijd de substantie, is geboorte en sterven het principe en is de ander kennen en door de ander gekend zijn het potentieel. In de dramawerkelijkheid waar ik het over heb is naturaliteit de vorm, is culturalisatie het proces en is identiteit de vitaliteit.


     4
Zij kan hilarisch zijn, deze Paaipaai. Lijstjes zijn haar forte. Geboortedata, sterfdata, namen die de mensheid verzonnen heeft om het hoe-en-waarom-mysterie van de proto-aanwezigheid binnen hersenbereik te brengen, theorieën die de mensheid verzonnen heeft om het hoe-en-waarom-mysterie van de eigen aanwezigheid binnen hersenbereik te brengen. Drie namen, vier, vijf, vijfhonderd. Drie theorieën, vier, vijf, vijfhonderd.


     5
O hoe mysterieus, welke aanwezigheden in deze thuiskamer op dit moment, direct of indirect, bepalend zijn voor de atmosfeer. 


     6
Zij kan joviaal zijn, deze Paaipaai. Bezoekt zij de buren en de wind staat mijn kant op, dan bereikt mij het geanimeerde gesprek. Meer dan eens onderbroken door bulderend gelach. Haar stem de animator. Ik glimlach – stevig in de ervaring dat niets of niemand de orde die zij en ik hier binnen met elkaar delen kan verstoren. De orde waar ik het over heb is gratis. Deel van een om-vangrijkere orde komt mij helemaal kosteloos toe. Een omvangrijkere orde die ik als wonderlijk bewonder. Zich overgevend aan deze orde kan Paaipaai uren dagen weken dromerig voor zich uit staren. Super alert, een en al vrijstromende concentratie. Waardoor haar kleuren intensiveren en haar intelligentie tastbare vormen aanneemt. Mij overgevend aan deze orde kan ik uren dagen weken dromerig voor mij uit staren. Zonder emotioneel vertoon reken ik af. Raadpleeg verwanten die nog weten van het wilde. Compenseer de nadelen met de voordelen, de onderdelen met de bovendelen. Daar en daar treffen elkaar in nu, toen en dan treffen elkaar in hier. En ja, ingesleten patronen stuiten op constructies van recente makelij. Labiel nog, tastend naar bestaansrecht. Desal-niettemin vredig in zichzelf, vertrouwend op zichzelf. Hoe breed het scala aan mogelijkheden. Als één plus één drie kan zijn, vier, vijf, vijfhonderd. Als labiel de norm kan zijn, vredig in zichzelf, vertrouwend op zichzelf.


     7
Samen met Paaipaai zwaaien wij naar de overvliegende zwaluwen. Moeiteloos doen wij onze fraaie draai. Die waar wij niet voor hebben hoeven oefenen. Jouw fraaie draai vond jou, mijn fraaie draai vond mij, onze fraaie draai vond ons. En vindt ons, ieder uur, iedere dag, iedere week. Moeiteloos zingen wij onze diepe melodie. Die waar wij niet voor hebben hoeven oefenen. Jouw diepe melodie vond jou, mijn diepe melodie vond mij, onze diepe melodie vond ons. En vindt ons, ieder uur, iedere dag, iedere week. Ze zijn niet vast te leggen. Onze draai niet, onze melodie niet, ons verhaal niet.

Zijn pogingen om het oneindige vast te leggen niet gedoemd te mislukken? Zijn pogingen om het eeuwige vast te leggen niet gedoemd te mislukken? Is de microoste microscoop niet nodeloos micro, wanneer ik wens te zien wat een mier ziet? Is de teleste telescoop niet nodeloos tele, wanneer ik wens te zien wat het bindweefsel is dat mij met de sterren verbindt?


     8
Ruwe oppervlakken passen mij. De ruwheid waar ik het over heb is onstaan door gebruik. Een oppervlak dat met zorg gebruikt is, maanden jaren levens. Activiteiten die misschien niet dagelijks met dezelfde toewijding uitgevoerd zijn, maar plichtmatig nooit. Er zitten fraaie draaien in, er zitten diepe melodieën in, er zitten buitensporige verhalen in. En nog veel veel meer. In deze tafelbladen, die een verbond hebben met handen. In deze vloerplanken, die een verbond hebben met voeten. Aanraken wat aangeraakt is, heeft op mij een koesterende werking. Inwerking, uitwerking, rondwerking, door-werking.


     9
Wat geen vat op mij heeft, is de ongegronde radeloos-heid, waar een zeker deel van de mensheid tegenwoordig in lijkt te verdrinken. Alsof er gebrek zou zijn aan gegronde radeloosheid. Met de porties die ik gedeeld krijg speel ik, met mijn welzijn als inzet. Dit gebeurt wanneer het zich voordoet; sporadisch, maar steevast. Dit gebeurt waar het zich voordoet; nogal eens op deze sofa in deze thuiskamer. De wonderlijke wonden openen. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inweg uitweg rondweg doorweg – wat ook de inkomst, wat ook de uitkomst, wat ook de rondkomst, wat ook de doorkomst. De ruimtes en de tijden openen waar de wonden ontstonden. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inzicht uitzicht rondzicht doorzicht – wat ook de invloed, wat ook de uitvloed, wat ook de rond-vloed, wat ook de doorvloed. Paaipaai begint te gapen. Ik ben er nog steeds niet achter of dit oorzaak of gevolg is van de atmosfeer die dit spelen vergezelt. Hoe dan ook, zij toont weinig interesse in mijn spel en doet een dut. Ik geef Paaipaai geen ongelijk. Spelsessies met mijn porties zijn niet iets waar een ander vrolijk van wordt. Westwaarts met de zon, heeft zij wel eens als commentaar gegeven. Daar werd ik vrolijk van. De lap, waarop dit commentaar geborduurd staat, ligt nog steeds hierboven op de zolder. En hoewel gesigneerd door Paaipaai, ben ik ervan overtuigd dat zij geen bezwaar zal maken als ik mij er binnenkort van ontdoe.


     10
Jij vredig in jou vertrouwend op jou, ik vredig in mij vertrouwend op mij, wij vredig in ons vertrouwend op ons. 

De communicatie waar ik het over heb is telepatisch. 

Zender ontvanger bericht – een dynamische drie-eenheid. Actie ervaring begrip – een dynamische drie-eenheid. Jij ik wij – een dynamische drie-eenheid. 

De optimale maat van bevrediging – inademen uitademen rondademen doorademen. 



II

     1
Het is wonderlijk. De bomen staan er kaler en kaler bij. Het ene na het andere blad vond en vindt zijn plaats op de grond. De zomer is vertrokken naar het andere half-rond. Met de zomer zijn vertrokken veel lichturen en veel vogels. Het is het seizoen van de laatste oogst-tochten. De oogsttochten waar ik het over heb worden in het binnensporige verhaal geclassificeerd als bar. De oogsttochten waar ik het over heb ervaar ik als verruk-kelijk. Ze passen mij. Passen ons, zeg ik liever, want ik ben op deze tochten niet alleen. En dan de oogst, de met brandnetelveters omwikkelde brandnetelbundels. Ze zijn schitterend. 


     2
Voor een zwaluw is een zwaluw die in augustus in dit halfrond aan een vliegtocht van achtduizend kilometer begint geen roekeloze waaghals. En wanneer zij een maand later haar bestemming op het andere halfrond bereikt, wordt zij niet als een vermetele durfal gehuldigd. Geen groeiende ongerustheid, geen ontladende opluchting, geen groots onthaal, geen heldenverhaal. Haar ruimte gaat door haar en zij gaat door haar ruimte, haar tijd gaat door haar en zij gaat door haar tijd. Haar leven gaat door haar en zij gaat door haar leven, haar dood gaat door haar en zij gaat door haar dood. 


     3
Mijn leven gaat door mij en ik ga door mijn leven, mijn dood gaat door mij en ik ga door mijn dood. Mijn ruimte gaat door mij en ik ga door mijn ruimte, mijn tijd gaat door mij en ik ga door mijn tijd. 

Jouw overal-altijd gaat door mij en ik ga door jouw overal-altijd, ons overal-altijd gaat door mij en ik ga door ons overal-altijd. Onder alle omstandigheden loopt ons overal-altijd samen. Deel van een omvangrijkere in-tentie komt ons helemaal kosteloos toe. Synchroniteiten zijn regel, zonder uitzondering. Dat is waardoor ons overal-altijd gedefinieerd wordt. Ons veronderstelt een wij. Minstens een jij en een ik. Jij en ik treffen elkaar in wij, kennen en gekend zijn treffen elkaar in wij, jou en mij treffen elkaar in ons. En als ik er geen benul van heb dat ons overal-altijd samenloopt, dan bestaat wij niet.

Dan besta ik in het wijloze-ik, dan besta ik in het ikloze-wij. Het wijloze-ik waar ik het over heb is het ik-en-de-rest-ik. Het ikloze-wij waar ik het over heb is het wij-en-nietwij-wij.


     4
Het wijloze-ik en het ikloze-wij mogen wat mij betreft in de vergetelheid verdwijnen. Zoals er in onze taal meerdere woorden zijn die wat mij betreft in de ver-getelheid mogen verdwijnen. Held is zo'n woord. Slacht-offer is zo'n woord. Deze woorden vertellen verhalen die hun waarheid halen uit aannames. De aannames waar ik het over heb falen wanneer ze getoetst worden aan de volle werkelijkheid. In de volle werkelijkheid waar ik het o-ver heb voedt de dramawerkelijkheid de liefdeswerkelijk-heid terwijl de liefdeswerkelijkheid de dramawerkelijk-heid voedt. In de liefdeswerkelijkheid waar ik het over heb is trilling de vorm, is communicatie het proces en is heelheid de vitaliteit. Is de letterlijke slachtof-ferpraktijk niet het resultaat van de geblokkeerde communicatie tussen een wijloze-ik en de doden? Aanraken wat dood is heeft een koesterende werking. Inwerking, uitwerking, rondwerking, doorwerking. Vraag het een hert, vraag het een slang, vraag het een mier, vraag het een ster, vraag het een zwaluw, vraag het een paling. Paling paling schitterend juweel, is de volle werkelijk-heid jou ooit teveel? Geboorte en sterven treffen elkaar in nu, leven en dood treffen elkaar in hier. Wanneer de levenden vrijstromende metgezellen zijn van de doden, hoeft er niet geofferslacht te worden. Wanneer de levenden vrijstromende metgezellen zijn van de doden, voedt zonder offerbloed het leven de dood terwijl de dood het leven voedt.


     5
Gehoorzaam geziezaam geruikzaam gevoelzaam geproefzaam, Is waar ik door wordt bewogen hetzelfde als wat mij beweegt? Is het mogelijk een orgaan in mij aan te wijzen, dat functioneert als de oorsprong van mijn actie ervaring begrip? Over mijn nevenactie nevenervaring nevenbegrip nog maar gezwegen. Om het gezellig te hebben met Paaipaai pluis ik uit wat niet uitgeplozen wenst te worden, kies ik uit wat niet uitgekozen wenst te worden, stel ik uit wat niet uitgesteld wenst te worden, vertel ik wat niet verteld wenst te worden. En ik probeer de maat van het mateloze te achterhalen. De laveloos lijkt me als maateenheid wel wat. Hoe deze precies geijkt wordt, is nog niet helemaal duidelijk. Maar per laveloos klinkt niet onaardig. Drie laveloos, vier laveloos, vijf laveloos, vijhonderd laveloos. 


     6
O hoe mysterieus, welke factoren in deze thuiskamer op dit moment, direct of indirect, bepalend zijn voor mijn ik-besef.



III

     1
Wat waar wij gewoond hebben gewoon was, is waar wij wonen ongewoon.

Toch nog onverwacht heeft de kast het begeven. Hij stond al lang ongebruikt, afgeladen vol met in onbruik geraakte papieren. Niets bijzonders, het gewone papieren kostuum van alle maten die toen in dit land in het binnensporige verhaal van deze maatschappij hun maat-schappelijke rol speelden. Dit verplichte kostuum heeft in het nieuwe millennium een wat strakkere snit gekregen en is inmiddels niet meer van papier. Terwijl het binnensporige verhaal, zonder de geringste verandering te ondergaan, met iedere herhaling schriller is gaan klinken.


     2
Ergens wordt er nog of weer op klompen gedanst. Ergens wordt er nog of weer van a naar b gelopen. Ergens wordt er nog of weer met inkt op papier geschreven. Ergens wordt er nog of weer postelein gegeten. Ergens wordt er nog of weer een buitensporig verhaal verteld. Inderdaad ja, de activiteiten waar ik het over heb kunnen met geluid gepaard gaan, maar met lawaai nooit. In de activiteiten waar ik het over heb is, wanneer ze gericht zijn op een produkt, de balans tussen ervaring en resultaat half half. De activiteiten waar ik het over heb worden genoten, omdat ze erkend worden als deel van een omvangrijkere intentie. Inderdaad ja, dit zijn andere maten dan de maat waarmee de maten van voornoemde maatschappij gemeten worden. Voor die maat lijkt me de haveloos als standaard wel wat. Hoe deze precies geijkt wordt, is nog niet helemaal duidelijk. Maar per haveloos klinkt niet onaardig. Drie haveloos, vier haveloos, vijf haveloos, vijhonderd haveloos.


     3
Gelukkig heeft zij zelfspot. Jammer dat zij zo zelfingenomen is. Ja, er zijn in onze taal nogal wat woorden die in het binnensporige verhaal geen eenduidige betekenis hebben. Is het zelf in zelfbediening hetzelfde zelf als het zelf in zelfmoord? Is het zelf in zelf-bevrediging hetzelfde zelf als het zelf in zelfanalyse? Zelfrespect wordt geclassificeerd als positief, eenzelvig als negatief. Voor jezelf zorgen als positief, zelfgenoegzaamheid als negatief. Op eigen benen staan als positief, eigengereid zijn als negatief. 

En ik mijmer. Wat is mij in: het vindt mij, het komt mij toe, ik geef mij over, het past mij, vergeef mij, hou mij vast, ik heb mij vergist, ik spreek mij uit, ik vermaak mij, beledig mij niet? Laat ik zeggen dat er iets voor te zeggen valt woorden als zelf en eigen en mij wat verse aandacht te geven. Uit het gebruik van deze woorden blijkt dat binnen het taalgebied weinig duidelijkheid bestaat over wat het is wat met deze woorden benoemd wordt. Duiden, determineren, definiëren. Zodat de totaliteit van alles waarop zo'n woord van toepassing geacht wordt niet uit elkaar valt. Als zij ervoor in de stemming is kan Paaipaai zichzelf heel goed amuseren – vredig in zichzelf. Paaipaai ligt zelden met zichzelf overhoop – vertrouwend op zichzelf. Even de zaadjes uitstrooien en de rest gaat vanzelf. Even het knopje indrukken en de rest gaat vanzelf.


     4
Vanzelfsprekend voor ons is, dat onze coördinatie de perfecte coördinatie is. Overal en altijd. Onder alle omstandigheden. Zonder uitzondering. Actie perfect op elkaar afgestemd, ervaring perfect op elkaar afgestemd, begrip perfect op elkaar afgestemd. Ons perfect. Dat is waardoor onze coördinatie gedefinieerd wordt. Onze veronderstelt een wij. Minstens een jij en een ik. Heelheid en communicatie treffen elkaar in onze wij-trilling, jij en ik treffen elkaar in onze wij-trilling. En zou jouw en mijn coördinatie niet ons perfect zijn, dan bestond wij niet. 

Dan zou ik bestaan in het wijloze-ik, dan zou ik bestaan in het ikloze-wij.


     5
Het groeiproces van een organisme. De werking van de ruimte, de werking van de tijd. In de woorden leeftijd en levensduur is de werking van de tijd verdisconteerd, niet de werking van de ruimte. Iedere vogel in een zwerm heeft een eigen ruimte, met eigen groeicondities. Ieder blad aan een boom heeft een eigen ruimte, met eigen groeicondities. Wat ook de inwerking, wat ook de uit-werking, wat ook de rondwerking, wat ook de doorwerking. Licht en schaduw, droog en nat, warm en koel. Laat ik zeggen dat er iets voor te zeggen valt een woord als leeftijd of een woord als levensduur wat verse aandacht te geven. Woorden die betrekking hebben op de levens-processen van groei en aftakeling. Ze niet exclusief als tijdgebonden te conceptualiseren, maar ook de factor ruimte te includeren. Duiden, determineren, definiëren. 


     6
Schuilt in elk verhaal een kwaal? Schuilt in elke kwaal een remedie. Wat is de kwaal van het binnensporige verhaal? Wat is de remedie?

Wat is de kwaal van ons buitensporige verhaal? 

Vraag het de ruimte, vraag het de tijd. De wonderlijke wonden openen. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inkeer uitkeer rondkeer doorkeer – wat ook de opkomst, wat ook de afkomst, wat ook de rondkomst, wat ook de doorkomst. De ruimtes en de tijden openen waar de wonden ontstonden. Er in gaan, er uit gaan, er rond gaan, er door gaan. Inkijk uitkijk rondkijk doorkijk – wat ook de opkomst, wat ook de afkomst, wat ook de rondkomst, wat ook de doorkomst. Inwaarts en uitwaarts en rondwaarts en doorwaarts, groei en aftakeling, opbouw en afbraak, geboorte en sterven.


     7
En argeloos spelen wij met de herten kopbal met de volle maan. En argeloos vieren wij met de slangen onze solidariteit met talloze andere planten en talloze andere dieren. En wij nodigen iedereen die zich geroepen voelt uit voor een afspraak aan de zelfkant van deze samenleving om samen met ons het binnensporige verhaal binnenstebuiten te keren. En ongeacht haar stemming aaien wij Paaipaai. En waar troost welkom is, brengen wij troost. 


(1750 woorden) A_B_C_ (NANO) *2021

 
Rozerode appelboombloesems. Het is een feest.


Keelklanken, melkblank en ongezoet, treffen doel.


Overdrijvende wolken bevolken het luchtruim. Het zijn haiku's van de zuiverste soort.


Vernietigende uitbarstingen voor de een kunnen opluchtende uitbarstingen zijn voor de ander.


Handige uitvindingen kunnen het resultaat zijn van handelingen en handelingen kunnen het resultaat zijn van handige uitvindingen.


Lachende monden vullen de afgrond. Echo's stijgen op en vullen het ondergrondse weefsel, het grondse weefsel en het bovengrondse weefsel.


Stijgende temperaturen. Wijst op koorts, wijst op ontsteking, wijst op beschadiging van het ondergrondse weefsel, het grondse weefsel en het bovengrondse weefsel.


Zomerse treurwilgen ruisen. Hun chinese voorzaten zijn aanwezig in deze late nazaten die in dit 21ste jaar, van de 21ste eeuw van de huidige jaartelling in dit werelddeel, bloeien, rijpen en rotten.


Plastic pyramides, plastic pagodes, plastic penissen. Hunkeringen, zo oud als de pyramide, de pagode, de penis. Iedereen in de ban van, mag en kan nu een pyramide bezitten, een pagode bezitten, een penis bezitten.


De dankbetuiging getuigt van een gevoeligheid die schaars is. Hoewel de afgelopen tweehonderd jaar in menige voorspelling beweerd werd dat de mensheid in dit werelddeel er klaar voor was opnieuw actief te kunnen beschikken over capaciteiten die in sluimertoestand geraakt waren.


Was het de boom die de mens gebruikte voor haar reis naar andere werelddelen? Het cadeau: dubbele punt – stekjes, tekeningen en beschrijvingen. En zo ja, wat kan dan voor dit 21ste jaar van de 21ste eeuw in dit werelddeel haar bedoelingen zijn? Patenten: dubbele punt – zaadjes, tekeningen en beschrijvingen.


In de menigte van schriftgeleerden diende het geheim voor menig zoekende als reddingsboei. Hun verre voorzaten waren praktijkgeleerden die door hun doden te eren de dood celebreerden. Moet om betekenis te krijgen de werkelijkheid vertekend worden? Hoeveel paardenkracht is er nodig om een paardenbloem te doen groeien? Hoeveel paardenbloemkracht is er nodig om een paard te doen groeien?


Hoeveel verweesde dingen – niet enkel op de rommelmarkten. Stof wordt in China als bodemschat uit de grond gehaald en wordt als europees beschavingsafval weer in de grond verstopt. Of ook zwerft over de wereldwateren, spoelt aan op verre stranden – die voor het andere land de dichtbije stranden zijn. Of ook zinkt naar de onderwaterse bodems. Met een toewijding een geliefde waardig worden de schuimkoppige golven gefotografeerd. Nu en hier kriskrassen met later en daar.


Voedzame maaltijden bereidt men met zevensterren-toewijding. Voedzame evenementen gunnen een tijd de ruimte en gunnen een ruimte de tijd. Het verraad aan de weldaad kent vele vormen, de ene niet minder verwoestend dan de andere. De tijd kent vele tijden, de ene ontembaar door de mensheid en de andere ook; voordat tijd getemd is, is deze tijd dood. De ruimte kent vele ruimtes, de ene ontembaar door de mensheid en de andere ook; voordat ruimte getemd is, is deze ruimte dood.


In de groeikas kwijnen modificaties. Grafiekgerelateerd – de vloeibaarheid, de houdbaarheid, de smaak de geur en de kleur. Potentiëlen, principes en substanties bestaan zoals ze bestonden; ongeschonden in de schoonheid van hun bloei, ongeschonden in de schoonheid van hun rijpheid en ongeschonden in de schoonheid van hun verroting. De huidige (21ste-21ste) wetenschap heeft van deze potentiëlen, principes en substanties weinig weet. Herkenning, goedkeuring en erkenning veronderstellen absolute criteria – wanneer eenheid de maat is, zijn criteria relatief.


En als één komen ze; de zoolgangers, de teengangers en de hoefgangers. En prachtig komen ze; veilig voor de aardschokken, veilig voor de luchtbreuken, veilig voor de overstromingen en veilig voor de branden. Luister lieve noordenwind, naar de verloren moeder die hoopt dat zij, in deze steen en staalstraten, haar kind weervindt. Luister lieve zuidenwind, naar de verloren vader die hoopt dat hij, in deze steen en staalstraten, zijn kind weervindt.


Bevrijdende tranen. Een onverwachte tegemoetkoming. Besloten in dit moment, deze plaats en deze protagonisten. Het snijpunt en het trefpunt van de coördinaten van de culturele code en de cosmische code. Het snijpunt en het trefpunt van de coördinaten van de voorsprong en de oorsprong.


In de schaars ingerichte panden zijn de vertrekken perfect. De afmetingen rekken en krimpen, al naar gelang wie zich erin bevindt. Het voorportaal echter biedt niet langer weerstand aan het weer. Oorzaken en gevolgen kriskrassen met synchroniteiten. Snijpunten en trefpunten.


Het vervoer gaat telekinetisch. Een beproefde methode, wereldwijd gegarandeerd en met zorg afgestemd op de huidige (21ste-21ste) condities. Tegemoetkomingen zijn altijd welkom, want wie kent de reële maten om afstanden te meten?


Massa-assen. Meervoudige rotaties van niet-starre lichamen cirkelen cikels in de vrije tijd-ruimte. Verbindende verdraaiingen dreunen na. Ze leveren het stof voor legendes van de onzuiverste soort. 


Genoeg voorbeelden van beesten die met elkaar strijden, genoeg voorbeelden van beesten die met elkaar spelen en geen voorbeelden van beesten die met elkaar sporten.


Rode groente. Gele groente. Oranje groente. Paarse groente. Witte groente. Bruine groente. Groene groente. De kleur, de geur, de smaak, de houdbaarheid en de vloeibaarheid.


Beschavingsafval is tijd-ruimte die niet omgezet is in liefde. Tijd die geen ruimte gegund wordt en ruimte die geen tijd gegund wordt.


De kooi is mooi, mooi is de kooi. De bol is vol, vol is de bol. De weg is weg, weg is de weg.


Het gewicht is evenredig verdeeld; het onderverhaal, het verhaal en het bovenverhaal.


Voor het huidige (21ste-21ste) jaar is de stempel op de drempel rood en rond.


De vuist als symbool, of de open hand als symbool.


Te bevatten is, dat het geheim niet te bevatten is.


Geen twee zonsondergangen zijn identiek.


Wilde winden en nog wildere winden.


In de groeikas trage danspassen. Het is een feest.


De knots als symbool, of de spintol als symbool.


Beweging kan resulteren in wegen en wegen kunnen resulteren in beweging.


Openingen verschijnen en verdwijnen weer. Passiviteit wisselt af met activiteit.


Het levensteken tekent zich zelf; alles als iedereen en iedereen als alles.


In een nanoseconde verplaatst licht zich circa 30 cm. Nanoseconde: dubbele punt – een miljardste van een seconde.


Hermelijnen schijnen een waardevollere vacht te hebben dan varkens. Voor de hermelijn zal dit zo zijn, maar vindt het varken niet juist een varkensvacht prachtig?


Generaties en generaties van stormtroepen. Thuis in het niet-thuiszijn. Gedreven door de zweep van de hoop, die de moed erin sloeg terwijl hun roep om hulp gesmoord werd.


In ondergrondse grotten ravotten ratten met marmotten. 'Dat kan niet' zegt de bioloog, 'kom, ik zal het je bewijzen'. 'Het kan en ik weet ervan' zegt de verteller, 'kom, ik vertel'.


Loftuigingen – de onpersoonlijkste vaak de indringendste – blijven binnenstromen. Al jaren. Slagvlucht, glijvlucht, golvende vlucht en zweefvlucht. O het geluid van vleugelslagen, als dit een paar lange seconden het luchtruim vult.


Menig schriftgeleerde verkoos het boek. Boven de baarmoeder, de borst, de bloem, het bloed, het beest. De hunkering, het verdriet, de eindeloosheid van de zoektocht. Zoals voorgeschreven gepaard, gebaard en gevoed. In het alfabet zal de affectie niet gevonden worden. In de letter niet de liefde. En rest er, wanneer de letters eindelijk weggespit zijn, niet enkel het zieke mystieke?


De gevels van de volgepakte panden slokken licht op en slokken schaduw op. Ingenieuze wenteltrappen zijn geïnstalleerd met de intentie de verschillende compartimenten van het gebouw met elkaar te verbinden op een manier die de ruimte vloeibaar maakt. De voorraad, het vooroordeel en de voorspoed. De overheid, de onderheid en de eenheid. Afhankelijk van lichtval en temperatuur verschijnen wanden en verdwijnen weer.


Echoënde ravijnen verkleinen de afstand tussen de landen aan de ene kant en die aan de andere kant. Het trefpunt verandert met de stand van de planeten. Bewegend, altijd en overal bewegend. En bewegingen binnen de bewegingen. Querulanten mengen met ambulanten. Bestaande wegen vermijdend, bewegen ze in colonnes. Verbinden de landen aan de ene kant en die aan de andere kant. Zoolgangers, teengangers en hoefgangers.


Dichtgetimmerde raamkozijnen verkleinen de afstand tussen de bewoners aan de ene kant en die aan de andere kant. Het geheim ligt op straat, loopt op straat en zit op straat – op de stoep, op het plein, op de trappen en in de fontein. Het genot ligt voor het oprapen. Altijd en overal zijn er trefpunten en snijpunten, van de coördinaten van de oorsprong en de voorsprong. Altijd en overal zijn er trefpunten en snijpunten, van de coördinaten van de culturele code en de cosmische code.


De coördinaten van de cosmische code leveren een eigen grafiek, voor iedere individualiteit die bestaat. Een grafiek voor de kleinste en een grafiek voor de grootste – wanneer het universum de maat is, zijn klein en groot relatief. Een grafiek voor de meest eenvoudige en een grafiek voor de meest complexe – wanneer het mysterie de maat is, zijn eenvoudig en complex relatief. De vitaliteiten, de processen en de vormen bloeien, rijpen en rotten. Ieder volgens een eigen cosmische code – wanneer de cosmische code de maat is, zijn alternatieven relatief.


Notities. Tekeningen en beschrijvingen. Bijvoorbeeld, die betrekking hebben op het bouwen van een mandoline. Bijvoorbeeld, die betrekking hebben op de voordelen van de bijenteelt. De bijenteelt: dubbele punt – de domesticatie en exploitatie van honingbijen.  Bijvoorbeeld, die betrekking hebben op de nano. Nano: dubbele punt – afmetingen kleiner dan het 10.000e deel van een millimeter. Nanotechnologie: dubbele punt – de manipulatie van materie. Bijvoorbeeld, cyberbotanie: dubbele punt – de vloeibaarheid, de houdbaarheid, de smaak de geur en de kleur.


Expliciet en impliciet. Alles wat op deze aarde bestaat heeft zowel een liefdesnatuur als een dramanatuur. De liefdesnatuur voedt de dramanatuur en de dramanatuur voedt de liefdesnatuur. Polarisatie is inherent aan de dramanatuur. Bijvoorbeeld inademen en uitademenen (ook al wordt het niet als zodanig beleefd, ademenen is dramatisch), eten en gegeten-worden (ook al wordt het niet als zodanig beleefd, eten is dramatisch).  Potentieel, principe, substantie. Drie in één. Vitaliteit, proces, vorm. Drie in één. Polarisatie. Gekend-zijn en kennen, geboorte en sterven, tijd en ruimte. Dramatisch drie in één. Identiteit, culturalisatie, naturaliteit.


Explosies, implosies en initiatieven veronderstellen een overzichtelijke toekomst. Zwetende torso's vergeten niet – de vele vreugdes niet en de vele verdrieten niet. De storing heeft zo haar bekoringen, wanneer de gebeden uit het verleden het heden overwelmen. Het zijn de torens, die opgetrokken zijn met bouwelementen van bevroren zweet bloed en tranen, die de steden aanzien geven. Ze smelten en het zout dat vrijkomt vormt kristallen; kristallen die een boodschap overbrengen die begrepen wordt door iedere vogel die voorbijvliegt. Zoals ze in deze steen en staalstraten ook het geluid van de (21ste-21ste) kinderstemmen begrijpen. En zoals ze ook overal en altijd het kriskrassen herkennen van de frivoliteiten met de jovialiteiten en van de feiten met de synchroniteiten.



(565 woorden) DE SCHILDPADTRAPPEN *2020

 
     1
De Schildpadtrappen zijn uitgehouwen in een rots. Brede aantreden, nauwelijks waarneembare optreden. Struiken aan weerszijden, grijsgroen, zilvergroen; vertrouwd bekend met de tussentaal. Kom niet als bedelaar, kom niet als baas.


     2
De Schildpadtrappen kunnen bedekt zijn door bewegende hondenlijven; golvende vacht, naar boven stromend. Massale vrede; in zichzelf met alles. Is dit fenomeen bestudeerd? – nee, geen enkele beschrijving in woord of beeld. Wie er getuige van is gaat op zoek naar een steen. En is de steen gevonden, dan wordt de vrede ook individueel.


     3
Mos, vers groen; ze moeten op het noorden liggen. Glad 's ochtends en 's avonds, glad wanneer het regent.


     4
Uitnodigend; het lijkt voor iedereen haalbaar de Schildpadtrappen te betreden. En het uitzicht na de inspanning moet onvoorstelbaar zijn. Letterlijk; menigeen heeft zich er in verloren en zich nooit meer teruggevonden. Ah! de gevleugelden. Ah! de stappers. Ah! de ademenden.


     5
De Schildpadtrappen kunnen er ongeciviliseerd bijliggen. Wederrechtelijk gebruikt. Muziek stijgt uit hen op, als een baan veelkleurige glinstermist.


     6
Ze zijn geen leeg ding, dit is duidelijk. Lege dingen zijn dingen die beroofd werden van hun volheid. Hier bestaan er veel van. Oh de treurige trots van het lege ding. De Schildpadtrappen leven in hun eigen tijd. Lege dingen leven in de tijd van een ander – hun rover, of een substituut van hun rover. De Schildpadtrappen leven zó in hun eigen tijd, dat ze hun tijd aan jou kunnen geven zonder hun tijd te verliezen – dit is een definitie van geven.


     7
De Schildpadtrappen hebben geen geheugen, maar vergeten niets. Wederkerigheid.


     8
De Schildpadtrappen en de ballen; een lange geschiedenis, misschien een legende. De perfecte stuiter, een leven lang kan iemand er mee bezig zijn; gewicht, formaat, vorm. De perfecte omstandigheden, een leven lang kan iemand er naar uitzien; temperatuur, vochtigheid, windgesteldheid. Getuigen die niet één zijn met de dieren zijn niet welkom.


     9
Veel verschillende talen hebben de Schildpadtrappen over zich heen gekregen: luide en inslikkende en vloeiende en hoge en vleiende en barse en commanderende en huilende en kortaffe en fluisterende en uitspugende en stotende en diepe en verleidende en lachende en wijdlopende talen.


     10
De Schildpadtrappen zijn het resultaat van niet meer dan twee handen. Een activiteit; geen werk. Toewijding. Gevleugelde vreugde. Stappende vreugde. Ademende vreugde.


     11
Voor niemand, die hier geboren en getogen is, waren ze er ooit niet. Door mensenhanden ontstaan maar, net als alles in de natuur, nieuw bij iedere blik die ziet. Vertrouwd en nieuw. Een continuerende ontmoeting, met alle diepe vreugde vandien.


     12
De Schildpadtrappen zijn als een waterval. Maar evengoed als een boom. Of als een kudde schapen in de sneeuw. Eén ding is zeker: iedereen die een stap met ze gezet heeft, zal in een droom deze stap vermenigvuldigen en zal bij het wakker worden de droom herinneren en geen detail ooit meer vergeten.


     13
Troostend zijn de Schildpadtrappen. Voor iedereen die een geliefde afgestaan heeft aan de dood.


     14
Ze hebben rubber geroken, een enkele maal. Ze zijn een liefdesbed geweest, talloze malen. Ze hebben onraad geroken, een enkele maal. Ze zijn vereeuwigd, talloze malen.


     15
Niemand die naar de Schildpadtrappen op zoek gaat, weet ze te vinden. In de plaatselijke taal worden ze aangeduid – niet met een woord, maar met een gezichtsuitdrukking. Gecombineerd met een stand van de linkerhand – een stand die verandert. Willekeurig, wordt gezegd, maar deze conclusie kan enkel afkomstig zijn van een buitenstaander.


(2500 woorden) HET LIED 'WIJ' *2019

 
     1
Lag ik op de aarde, met mijn schat aan mijn zijdes. Mijn enkels gekruist, lag ik op de aarde. Droog en hard na een volle dag felle zon. Hard en glad na een volle nacht stortende regen. Donder en bliksem vulden de tijd en vulden mijn lijf.


     2
Is de ruimte niet het geheugen van de tijd? Nietes (geniet), welles (geweld). O hoe Cara Colette mij getrained heeft, deze hondin aan mijn zijdes. Tranen en tederheid vulden de tijd en vulden mijn lijf. En dan een buik vol lach en lucht. En dan een rug vol lach en lucht. O hoe Cara Colette mij traint.

Hoe te ontvangen (vangen), hoe te ontmoeten (moeten), hoe te ontsnappen (snappen). Te concentreren. De interne krachten te mobiliseren, wisselwerking toe te laten met de externe krachten. Ontspannen (spannen): wat doet een foto van een ding met dit ding?

Wat doet een helderziende via een foto van jou met jou? Ontsluiten (sluiten): verbinding maken met de batterij. De toverrover vertelt: er zijn nogal wat mensen die aan hun tover weinig waarde lijken te hechten; ze laten het overal slingeren. Mijn roofacties worden zelden direct genoteerd.

En wanneer ze eindelijk wat missen, is er van mij geen spoor meer. Ooit stelde mijn roeping wat voor, maar tegenwoordig is het te gemakkelijk hoe ik in één middag een hele straat aanpak zonder enig alarm. Nieuwe periodes, nieuwe visies, nieuwe problemen. Als toverrover roof ik tover, maar waar laat ik alle tover, die ik op mijn slofjes roof?


     3
Lig ik op de aarde, met mijn schat aan mijn zijdes. In de schaduw van een rots, aangenaam koel. Luchtstromen spelen met de grotopening, aangenaam onderhoudend. Voelt het als thuis, het bed waarop u slaapt? Voelt het als thuis, de tafel waaraan u eet? Voelt het als thuis, het oog waarin u kijkt? Er zijn vruchten, die mensen enkel ruiken

vanaf een afstand. Er zijn vruchten, die mensen enkel ruiken wanneer ze gekneusd worden. Er zijn vruchten, die enkel geuren bij een bepaalde temperatuur. En zoveel varianten meer. Er zijn rozen, die voor mij geen geur hebben. Er zijn rozen, die mij met hun geur bedwelmen.


     4
Mensen die vuur onderzoeken jammeren niet, als de rook hen een keer bevangt. Mensen die leven met alles wat leeft, hebben geen vertaling nodig om, met alles wat leeft, zo over wijsheid te kunnen beschikken als alles wat leeft over wijsheid beschikt. De berg te zijn

vs. te trainen om de berg te beklimmen. Zenuwen, aderen, spieren. Om de berg te bedwingen. Alle pogingen zullen falen. De vormen te zijn volgens het hele gamma van frequenties en volgens het hele gamma van non-frequenties. Zoals de schat aan mijn zijdes.

De vormen te zijn volgens het hele gamma van golflengtes en volgens het hele gamma van non-golflengtes. Zoals de schat aan mijn zijdes. Water te zijn. Als stoom, als druppel, als stroom, als sneeuw. Zoals de schat aan mijn zijdes.


     5
Heeft u ze onderzocht, de alfabetten van de archieven? Waarin en waardoor de indrukken gewekt worden van orde helderheid inzicht overzicht. Algenritmes vibreren in de grot. Heliumballen, waterstofballen, zuurstofballen. Oerknalkernen kermen kleurloos geurloos smaakloos. Ik hoor herbivoren het koren kauwen, zongewarmd of bevroren. Klauwen krommen, hoeven splijten.

Deze dag, deze zonnige bijna windstille dag, moet ik het zonder visioen doen. Me overgeven aan de verkoelende schaduw. UVfilters beschermen mijn corneas. Vertrouwd het uitzicht; alles op een eigen plek. De ontelbare mogelijkheden, maar voor alles is er slechts één die eigen is. En dit is nu mijn omstandigheid; een breed dit, een diep dit, een rijk dit.

Ja een verrukkelijk bevredigend dit. Wie kan het beter dan best hebben? Niemand – en ik heb het best. Gelooft u mij? En ook: niemanden bestaan niet – als ze bestaan zijn het iemanden. En ook: niets bestaat niet – als het bestaat is het iets.


     6
Als het toch eens zo was, dat je ze verstond, de coördinaten van frequentie en golflengte. Als het toch eens zo was, dat windinstrumenten de partituren van de winden speelden. Weet u wat tijd is? Wat de dichtheid van tijd is? Wat de massa? Wat het volume?

Deze dag zijn de luchten spectaculair. De vogels vliegen glijdend, hoge solovluchten. Het blauw zo licht dat het zich nauwelijks onderscheidt van het wisselende wolkenwit. Het evenbeeld, de nabijheid, het centrum. Een oefening in kijkend kijken; de tederste oogmassage.


     7
O de temperaturen die je te verduren krijgt. De gouden regens die je te verduren krijgt. De niet aflatende dagenlange gouden regens. En de niet aflatende nachtenlange gouden regens. De stormen, de stiltes. De liedjes, de lach.

Sinds toen zing ik enkel nog, wanneer ik de lach op mijn gezicht in iedere cel van mijn lijf voel. Begrijpt u? Een buik vol lach en lucht, en een rug vol lach en lucht. En sinds toen werk ik enkel nog zoals ik wandel.

Wandel ik enkel nog zoals ik dans. Dans ik enkel nog zoals ik zing. Zing ik enkel nog zoals ik lach. Met iedere cel van mijn lijf. Zenuwen vol lach en lucht, en aderen vol lach en lucht, en spieren vol lach en lucht.


     8
Wij gaan de grot in, de schat aan mijn zijdes en ik. Bukken ja en kruipen ja. Direct na de krappe doorgang de grenzeloosheid van de donkerte, de immense klaarheid van de tijd. Mensen die leven met alles wat leeft, zullen zich niet de topper wanen van de schepping.

Wie zich de topper waant van de schepping wekt de indrukken van orde helderheid inzicht overzicht. Maar de wisselwerking tussen de interne natuur en de externe natuur is verbroken. Onkruid (kruid). Onweer (weer).

Wie met de tijd gaat, gaat met orde. Wie met de tijd gaat, gaat met helderheid. Wie met de tijd gaat, gaat met inzicht. Wie met de tijd gaat, gaat met overzicht. Het eigen traject. Zoals alles wat in de natuur groeit.

Wie met de lokatie gaat, gaat met orde. Wie met de lokatie gaat, gaat met helderheid. Wie met de lokatie gaat, gaat met inzicht. Wie met de lokatie gaat, gaat met overzicht. Het eigen traject. Zoals alles wat in de natuur groeit.

Een voortdurende ordelijke beweging, een voortdurende heldere beweging, een voortdurende inzichtelijke beweging, een voortdurende overzichtelijke beweging. Jij dient de beweging en de beweging dient jou. Zoals jij de tijd dient en de tijd jou. Zoals jij de ruimte dient en de ruimte jou.


     9
Lig ik in de grot, met mijn schat aan mijn zijdes. Mijn benen gespreid. De wanden grommen en de tijd gromt. Mijn adem stroomt loom. Weet u wat liefde is? Wat de dichtheid van liefde is? Wat de massa? Wat het volume?

De grot groet. Koesterend als stilte koesterend kan zijn. Een oefening in luisterend luisteren; de tederste oormassage, levensvreugde van de onbezoedelde soort, verkwikkend voor alles wat ik mijn noem. Ook als het niet kijkt, ziet mijn oog – (ook als ik niet kijk, zie ik). Ook als het niet luistert, hoort mijn oor – (ook als ik niet luister, hoor ik).

Ook als het niet realiseert, communiceert mijn liefde – (ook als ik niet realiseer, communiceer ik). Weet u wat stilte is? Wat de dichtheid van stilte is? Wat de massa? Wat het volume? Hoeveel berekeningen zijn afgeleiden van afgeleiden? Begrijpt u? Systemen als luchten.

Die geïsoleerd en gefotografeerd worden. Die gearchiveerd worden. De lucht is grijs – nee het is dag. De lucht is wit – nee het is nacht. Weet u wat schoonheid is? Wat de dichtheid van schoonheid is? Wat de massa? Wat het volume?

Vervangt de schoonheid van ieder nu-moment niet de schoonheid van ieder toen-moment? Wat zegt een foto van de zon over warmte? Wat zegt een foto van een vuur over de wind? En wat een foto van een lucht over de tijd? Is het mogelijk om de expressies van de tijd te isoleren? Te conserveren en te archiveren? Wordt niet een foto van dat toen-moment bekeken in dit nu-moment?

Vervangt de schoonheid van iedere hier-lokatie niet de schoonheid van iedere daar-lokatie? Wat zegt een foto van de maan over heimwee? Wat zegt een foto van een grot over stilte? En wat een foto van een zee over de plaats? Is het mogelijk om de expressies van de ruimte te isoleren? Te conserveren en te archiveren? Wordt niet een foto van die daar-lokatie bekeken op deze hier-lokatie?


     10
In de ziende ogen van de schat aan mijn zijdes woon ik. Achter mijn gesloten oogleden woon ik. In het gefluister van de hitte woon ik. In het gebulder van donder en bliksem woon ik. In de geur van witte rozen. In de rook van smeulende verse bladeren.

Ah de trossen treurige rozen. Het mededogen. De woorden waarvan ik de melodie was, ik ben ze vergeten. De liefde is niet iets wat ik u kan geven, of u mij. De liefde is niet iets wat ik u kan onthouden, of u mij.

Het pad dat vorige maand een gebaand pad was, kan volgende maand overwoekerd zijn, amper nog herkenbaar, zeker onbegaanbaar, als het niet af en toe bezocht wordt door een dier of een mens. Afbreken, afkappen, afzagen. De bramenranken lijken begin noch einde te hebben – bakenen een stukje territorium af waar geen haasrover in kan doordringen.

Ah de kransen uitbundige rozen. Blozende kussen. Volop in bloei, de groene muren tussen mijn huis en de huizen van mijn buren. Kan in een droom een visie spreken? O hoe Cara Colette mij traint: hoe te vertrouwen op de wildgroei. Zoete sappen, bittere sappen. Bloemen, bladeren, wortels.


     11
Is het inmiddels niet bewezen dat voor vrijheid niet te vechten is? Is het inmiddels niet bewezen dat wijsheid niet te leren is? Is het inmiddels niet bewezen dat waarheid niet te bewijzen is? Adem vrijheid in, adem vrijheid uit. Adem wijsheid in, adem wijsheid uit.

Adem waarheid in, adem waarheid uit. Het grijpt je of het grijpt je niet. Je grijpt het of je grijpt het niet. Begrijpt u? Kalendermeisjes en vergeetmijnietjongetjes zijn wij, zowel u als ik ook. De bladeren baden, zowel in de lichten van de zon

als in schaduwen van de zon ook. De bladeren baden, zowel in de strelingen van de bries als in het zwiepen van de storm ook. De bladeren baden, zowel in de geuren van de bloeiende bloemen als in de geuren van de verlepte bloemen ook. De bladeren baden, zowel in het gezoem van de talloze insecten als in de stiltes van de talloze insecten ook.

Zowel de externe krachten als de interne krachten ook. Een ik zonder een jij ervaart niet de extase; de extase van het enkelvoudige ik – (het serene ik, het lucide ik). Een ik zonder een jij ervaart de leegte; de leegte van het veelvoudige ik – (het vluchtige ik, het onaanraakbare ik, het onkenbare ik). Een ik zonder een jij is potentie en door een jij is een ik een creatie;

een permanent ik, een aanraakbaar ik, een kenbaar ik. Zowel het leven als de dood ook. Begrijpt u? Gekend in het leven dan ook gekend in de dood. Aangeraakt in het leven dan ook aangeraakt in de dood. Permanent in het leven dan ook permanent in de dood.

Begrijpt u? Er zijn mensen, die een jij enkel ruiken van een afstand. Er zijn mensen, die een jij enkel ruiken wanneer het gekneusd is. Er zijn mensen, die een jij enkel ruiken bij een bepaalde temperatuur. En zoveel varianten meer. Er zijn jijen, die voor mij geen geur hebben.

Er zijn jijen, die mij met hun geur bedwelmen. Mij in alles wat mijn is; mijn toegeëigende zenuwen, mijn toegeëigende aderen, mijn toegeëigende spieren. De ik sereen, in waarheid met een jij en in waarheid met een wij. De ik lucide, in wijsheid met een jij en in wijsheid met een wij.


     12
Zowel cultuur als natuur ook. De geciviliseerd opgeleide, behoeftig als een baby zonder het natuurlijke van de babystaat. Indien de jij een symbool is (een idee, een beeld, een voorstelling), indien de jij een projectie is (een spiegel, een labyrint, een mythe), indien de jij een reflectie is (een vrouw, een man, een kind).

Ontsnappen, ontmoeten, ontvangen. Dat boek heb ik gelezen ja, ja ik ken dat boek. Die film heb ik gezien ja, ja ik ken die film. O het gemak waarmee gekend wordt. Jazeker ik kan dat boek navertellen. En die film jazeker. Jazeker liep die gebeurtenis volledig uit de klauwtjes en uit de hoefjes.

Het ene dwingeland onderwerpt het andere dwingeland. De hysterische overmoedigen. En de gedigitaliseerde begroetingen glitchen in de overkokende hersenpannen. Kan een lach geconserveerd worden? Zo ja, hoe? De toenaderingslach, de grappenlach, de ontladingslach.

O het verlangen, het verlangen gekend te zijn door een jij; de leegte teniet te doen. O het verlangen, het verlangen een jij te kennen; verbondenheid te ondergaan met een jij. De geïdentificeerde ander. De ongeïdentificeerde ander.

Is identiteit van het leven of is identiteit van de dood? Weet u het? Of is identiteit zowel van het leven als van de dood ook? O de verleiding, de verleiding. Mensen die leven met een enkelvoudig ik zullen niet in de verleiding, de verleiding komen

om de jij waarmee ze hun innerlijke dialoog voeren (intiemst intiem) te verwarren, te verwarren met een alwetend opperwezen. Een denkbeeldige jij, als substituut voor de afwezige kennende ander. Extase en leegte. Iemand en niemand. Iets en niets. O de verwarring, de verwarring. Wij en jij en ik.


     13
Zomer op het ene halfrond, winter op het andere halfrond. Bomen ruisen, bomen kraken. Er wordt geboren, er wordt gestorven. Er is slechts één werkelijkheid. Mag ik dit herhalen? Er is slechts één werkelijkheid. Zowel circulaire bewegingen van de tijd

als lineaire bewegingen van de tijd ook. Zowel collectieve ervaringen als individuele ervaringen ook. Deze dag, jaren geleden, baarde een vrouw een dochter; een dochter die, jaren later, mij baarde.

Alle dagen en alle nachten staat het raam open. Ik vrees geen indringers. Mijn huis staat nooit onbewoond. De concentratie, het contact, de communicatie. Zowel monoloog als dialoog ook. Zowel potentie als creatie ook. De ik vrij, in eenheid met een jij en in eenheid met een wij.

Eén ziende blik, één horende luister. In vrijheid, in onafhankelijkheid. Weet u, of mensen in een cultuur hun natuur kunnen vinden? Mijn antwoord is nee, ik niet. Weet u, of mensen in de natuur hun cultuur kunnen vinden? Mijn antwoord is ja, ik wel.


     14
En dan de liedjes van de verte. Het liedje JIJ.
’Er is geen ik
als er geen wij is.
Door de jij van wij
wordt mijn ik van mij.
Ja jij, Cara Colette,
bent de jij voor mij.’

en het liedje WIJ:
’Er is geen wij
met een ik en een jij;
in de wij van de wij-wolk
verdwijnt de ik,
in de wij van de wij-wolk
verdwijnt de jij.’

JIJ en WIJ zijn liedjes van Cara Colette en Martoush. Iedere Cara Colette overal en iedere Martoush overal vragen iemand om een dans. En o er wordt gedanst!




( 1200 woorden) WIJ ZIJN VOOR HET GELUK GEBOREN *2018


Alle vruchten smaken als vrucht, iedere klok klinkt als een klok – Cara Colette smaakt als alle vruchten, Cara Colette klinkt als iedere klok. Alle broers ruiken als broer, iedere zus voelt als een zus – Cara Colette ruikt als alle broers, Cara Colette voelt als iedere zus.


Ik ben een boeketstruik. In mijn ontelbare bloemen dansen ontelbare insecten hun feestelijke dansen, in mijn ontelbare bloemen vindt de regen rust.


Verdient een dorp een naam, wanneer hoop er geen plaats heeft? Verdient een dorp een naam, wanneer wanhoop er geen plaats heeft?


De elementaire orde kan niet verstoord worden. Niet door hen, niet door ons, niet door hem, niet door haar, niet door jou, niet door mij. Ik ben getraind door Cara Colette. Mijn orde is elementair en kan niet verstoord worden. Niet door hen, niet door ons, niet door hem, niet door haar, niet door jou, niet door mij. Cara Colette glimlacht en ik glimlach, terwijl ik dit beweer. Onder mijn hersenpan golven grijze massa's, van rechts (het westen) naar links (het oosten). Eenmaal buiten loop ik naar het zuiden. Op de vlakke omgeploegde akker zie ik het onder de grond verdwijnen. Het is rond, het is wit. Het beweegt niet op eigen kracht; het wordt bewogen. Door hen, door ons, door hem, door haar, door jou, door mij.


Formidabel is Cara Colette. Ik nodig je uit in de taalzaal op een tijdstip dat jou schikt. Cara Colette zal er zijn, ik zal er zijn. Kom met één woord, kom met duizenden woorden. Formidabel is Cara Colette. Je mag je taal uitspreken, maar het hoeft niet; Cara Colette zal je verstaan, ik zal je verstaan. Bij ons is je verhaal veilig; wij zijn geen hamsteraars. Op onze feesttafel zal niets achterblijven; wij willen bekoord worden door jou die gehoord wil worden. En als wij na afloop achterover leunen, zal onze verzadiging volmaakt zijn. Die van jou, die van mij, die van Cara Colette.


Zoals gember grillig groeit. In ruimte, in tijd. Voedsel voor zintuig, voedsel voor orgaan. Kom bij me, omhels me. Met zachte kracht. Ren voor me uit. Zoals gember grillig groeit. In tijd, in ruimte. Vol kleur, vol geur. Mythische landschappen, mythische bouwsels. Wij zijn voor het geluk geboren. Iedere dag een dag vol ervaringen. In ruimte, in tijd. Zoals mijn lichamen wind zijn, is jouw schoot de schotel van overvloed. Blijf bij me, omhels me. Vandaag een dag die we traag gaan. In tijd, in ruimte. Een herderstasje vangt ons. Hi ha hi ha. Wij zijn voor het geluk geboren.


Zoals de idylle grillig groeit. Mogelijkheden te over: baden bij maanlicht, naakt door de ochtendmist, het loeien van de jakhalzen beantwoorden, de stilte beantwoorden. Dan een moment verwijlen op een plek waar de herten samen kwamen. Een vers hoevenpatroon in de klei; hier is heftig gesteigerd bij maanlicht. Om verder te lopen en je voeten het spoor te zien kiezen dat eerder het solohert koos. Hoef voet hoef voet hoef. Zoals de idylle grillig groeit. De zonbol schemert door de mist. De aarde ademt zwaar – zwetend. Mogelijkheden te over: autonoom aanraken en aangeraakt worden, autonoom danken en bedankt worden, balanceren op de tussenvormen, verslag doen, glimwormen groeten, voor iemand een thuis zijn.


Het is een rechte gang of het kan een tunnel zijn, aan het einde ervan weet ik Cara Colette. Het is een afgrond of het kan een bron zijn, op de bodem ervan weet ik Cara Colette. Het is een werkkamer of het kan een slaapkamer zijn. Ik lig op de hitte, als een fakir op een spijkerbed. Zweet dampt van mijn lijf. Onder mijn hersenpan golven grijze massa's, van voor (het noorden) naar achter (het zuiden). Eenmaal buiten kruipend door het bos komen de liefdesberichten op me af gevlogen – radiërende schoonheid. Een geur die mij gisteren treurig trof verbluft mij vandaag. De stem van een kikker maakt mij duidelijker wat duidelijk was.


Een lila lelie – liefde. De planten in mij weten het. De beesten in mij weten het. Een lila luipaard – liefde.


Het mosmoment. In ruimte, in tijd. Maagdelijke ogen – zonder bescherming. Het veld besneeuwd; groene gras-golven met witte koppen en zwarte molsbergen met witte toppen. De routine van de toegewijde – communicatie. Een grote zwarte stip voorop, fladderend krijsend. Zeven kleine zwarte stippen volgend, krijsend fladderend. De lucht strak grijs. Maagdelijke oren – zonder bescherming. In tijd, in ruimte. Het moedermoment.


Nooit berooid. Nooit teleurgesteld. Verzameld samen. Het deel als geheel.

Ik ken ons hard – doorzichtig. Al degenen die ons is.
   o Nooit berooid. Mijn reserve is wij. Hard gekend – doorzichtig. En vertrouwd.
Ik ken ons zacht – doorzichtig. Al degenen die ons is.
   o Nooit teleurgesteld. Onze reserve is ik. Zacht gekend – doorzichtig. En vertrouwd.

Nooit berooid. Nooit teleurgesteld. Verzameld samen. Een geheel uit gehelen.


Maat in de herhaling van de aanraking. Maat in de dagelijkse rekenschap van het schattenschap. De ogen die geen poorten zijn – maar liefde. Het gras dat geen voetpad is – maar liefde. De wonderwereld van de extase. Onnadrukkelijk onopvallend geïntegreerd. Ik ga met jou mee en jij gaat met mij mee. Over een vers spoor. Bij jouw tussenstoppen wacht ik op jou, zonder mij te vervelen. Bij mijn tussenstoppen wacht jij op mij, zonder je te vervelen. Samen komen wij aan, daar vertrouw ik op. Het feest zal voortduren, daar vertrouw ik op.


In de wind ontmoeten hout en vuur elkaar. In de dood ontmoeten levende en liefde elkaar.
Meld je bij loket Q. Bewaar de glimlach die je daar en dan ervaart; het is jouw ware glimlach, die de hoofdhuid los maakt en soepel over je schedel legt.
Vandaag bezocht ik de stille grond waarin geen menselijke resten ooit rust vonden. Ik meldde mij hier en nu en mijn naam klonk als mijn ware naam.


De tijd, de ruimte, het ritme. De hitte breekt; de spijkers van het fakirbed dringen diep in mijn vlees dat zich gastvrij opent. Nergens ben ik liever dan hier. De getallen, de ruimte, de tijd. Het volle nu dat mij voller vult, naarmate de ik die geconditioneerd werd leger wordt.


Vang een wind, met je linkerhand. Vang een eendagsvlieg, met je rechterhand. Vang een gedachte, met beide handen.
De jaren dat ik dit gebied bewandel. De trajecten, de geuren, de snelheid. De verse sporen van hert X, van hert Y. De verse sporen van zegge X, van zegge Y.
Het hert neemt waar, wat jij niet waarneemt. Dat het hert jou mag gidsen. De zegge neemt waar, wat jij niet waarneemt. Dat de zegge jou mag gidsen.


Met een opgeraapte narcis in mijn hand waad ik van oever naar oever, speurend of het water van het meer ook mijn gestalte reflecteert. Nauwgezet, geconcentreerd. Sneeuw maakt de nacht lichter, de dag lichter, de stilte stiller. Ik speel met Cara Colette, hier waar binnen buiten is en buiten binnen. Nauwgezet, geconcentreerd.


Een verfrissende regenbui. Lui lig ik te luisteren – liefde. Ik beweeg op de eeuwige muziek van Cara Colette. Twee vitale manifestaties samen manifesterend. Geen grotere koestering. De combinaties, de tijden, de ruimtes. De trajecten, de geuren, de snelheid.


Ultra was het. Ik hield het mysterie in mijn armen, het ademde nog geen vierentwintig uur. Ik zong en het was toen, dat mijn adem door de aardkorst brak. Sindsdien ben ik als willekeurig welke boom die gestaag groeit.




(2535 woorden) NOEMT U MIJ *2016


Ik ben A. Noemt u mij Amber. Ik ben er om u te dienen.
Van ver haal ik mijn verhaal, dat ik u aanbied – niet om u uw ontberingen te besparen, maar om u, indien u uw lot erin mocht herkennen, te troosten.
En waarom zou u uw lot niet herkennen? Werden wij niet allen geboren? En wacht ons, aan het einde van onze eenzame weg, niet allen de dood?


Ik ben B. Noemt u mij Brokaat. Ik ben er om u te vertroetelen.
Uw huid de tintelingen te bezorgen, waardoor u zich uw vroegste droom herinnert. De maagd in u kraait van plezier – een geluid als een gebed, dat resoneert tot in de onbepaalde ruimtes van het heelal: 'Alheel Alheel Alheel – Gisteren Vandaag Morgen'.


Ik ben C. Noemt u mij Cacoa. Ik ben er om u te beschermen.
De bergen te beklimmen bij het licht van de maan en de sterren, terwijl u van uw rust geniet. De rozenstruiken op te binden langs de kale stammen van de knotwilgen, terwijl u van uw rust geniet. De scherven te verzamelen en de bruine barstranden te polijsten terug tot hun oorspronkelijke tinten, terwijl u van uw rust geniet.


Ik ben D. Noemt u mij Doolhof. Ik ben er om u te vermaken.
Waar u voor komt zult u vinden, daar kunt u van op aan. Hier op deze plek, waarop u zich bevindt, waar oost en west en noord en zuid elkaar ontmoeten. Nu in dit moment, waarin u zich bevindt, waarin u alle tijd krijgt die u nodig hebt, om zonder schroom stamelend stotterend kwetterend schetterend, de uitgang die u past te vinden. En dit natuurlijk met hetzelfde gemak, waarmee u de ingang die u past vond.


Ik ben E. Noemt u mij Evenaar. Ik ben er om van rood blauw te maken en van blauw groen.
Wederkerige sympathieën doen cirkels in bollen veranderen. Braakliggende terreinen worden omgekeerd. Het is tien uur in de ochtend wanneer de avondklok klinkt. De verdelgers zetten hun bedieningspanelen in de sluimerstand – enigszins beteuterd, maar in het volste vertrouwen dat ze alles onder controle hebben.
Getuige de latere gebeurtenissen zult u het met mij eens zijn, dat dit vertrouwen weinig empirische basis had.


Ik ben F. Noemt u mij Fataal. Ik ben er om u te verrassen.
Mijn plan is om vanaf een hoge positie foto's te nemen. De preciese hoogte van mijn positie wordt bepaald door twee factoren: de eerste is dat ik niet dol ben op de telelens en de tweede is dat ik wil dat de details op mijn foto's duidelijk zichtbaar zijn, zodat indien uitsnedes vergroot worden deze als zelfstandige beelden haarscherp hun zeggingskracht behouden.
Ik werk met een digitale camera. De sluitertijd die ik gebruik is één tweeduizendste seconde. Per seconde staat de sluiter de helft van de tijd open en is de helft van de tijd gesloten. Op deze manier worden er per seconde duizend opnamen in mijn geheugenkaart opgeslagen en de capaciteit van deze kaart is ruim toereikend voor de 24-uurssessie die mij voor ogen staat.
60 keer 60 keer 24 wordt 1 miljoen 44 duizend foto's. Per foto 5 minuten bekijken en op internet posten wordt 7 miljoen 200 duizend minuten – gedeeld door 60 wordt 20 duizend uren. Werkdagen van 8 uur is 20 duizend gedeeld door 8 wordt 15 duizend dagen – gedeeld door 365 wordt 41 jaren plus een paar dagen. Met schrikkeljaren verdisconteerd heb ik voor de komende 41 jaren minus een paar dagen mijn carrière zeker gesteld.



Ik ben G. Noemt u mij Grot. Ik ben er om u te begroeten.
Als u mij tegenkomt in de regen herkent u mij aan het geluid van mijn voetstappen, dat u hoort als het blaffen van uw lievelingshond. Ik loop een eindje met u op, en u kunt ervan op aan dat ik zal zwijgen.
Kom ik u tegen in de regen dan herken ik u aan uw gewicht, dat exact het driehonderdvoudige bedraagt van het gewicht van de steen die ik in mijn linkerbroekzak met mij meedraag. Ik loop een eindje met u op, en ik vertrouw erop dat u zult zwijgen.


Ik ben H. Noemt u mij Heelal. Ik ben er om met u te zingen.
Mijn stem klinkt als die van u, wanneer u verzucht 'Ah, dit is lekker'. En als u de impuls niet weerstaat mij bij te vallen en wij samen dat duet zingen 'Ah, dit is lekker' zal geen oor mijn stem van de uwe kunnen onderscheiden, zal geen machine ons niet registreren als zijnde één stem.


Ik ben I. Noemt u mij Iemand. Ik ga op tijd naar bed, ik sta op tijd op – denkt u aan licht en temperatuur. 
Ik ben er om u te ontvangen. Mijn bed te delen met uw brieven. In mijn huis, dat nooit onderdak zal bieden – ik beloof het u – aan welke snijbloem, plukbloem of knipbloem dan ook.


Ik ben J. Noemt u mij Jachtig. Ik ben er om u te steunen.
Een dramageladen veld is mijn habitat. Ik krioel er met alles wat er krioelt. Ik waag het niet dit alles te benoemen.
Wat leeft geeft. Wat leeft neemt. Wat leeft schittert schitterend, als een modderplas in de ondergaande zon.


Ik ben K. Noemt u mij Kaal. Ik ben er om u te waarschuwen.
Kaal de taal van de laatste scene, als de gemoederen bedaard zijn, er rekenschap afgelegd is, winst en verlies hun gewicht verloren hebben en inwisselbaar zijn gebleken.
O de merrie die zich in haar eentje een kudde weet. O de hengst die zich in zijn eentje een kudde weet. O de veulens die geboren worden met op hun rug de druk van het zadel.


Ik ben L. Noemt u mij Lood. Ik ben er om uw schaduw te signeren.
De roompotjes staan te pruttelen op een laag pitje. De zinnenprikkelende geuren van de wilde kruiden die door het geopende venster naar binnen drijven botsen op en dan vermengen zich met de eeuwige geuren die deze plek kenmerken.
Zoals menige eigentijdse gebeurtenis botst op en dan zich vermengt met de eeuwige gebeurtenissen die zich in gang zetten lang voordat de elementen menselijke taal of teken kregen. Of werden ze in gang gezet?
Laat ons meedeinen op de zoete muziek van de vragen die hun geheimen nooit aan iemand zullen onthullen.


Ik ben M. Noemt u mij Meridiaan. Of noemt u mij Mestkever. Ik ben er om van oranje geel te maken en van geel rood.
In de wereld waar de kever soeverein is zijn u en ik anonieme natuurverschijnselen.
Hevig transpirerend, filterloze sigaret, voor de parkieten een bamboe kooi. Het geluid van de golfslag soms wel soms niet waar te nemen. De zilte hitte. Het geluid van de hoefslag soms wel soms niet waar te nemen.
In de wereld waar de varen soeverein is zijn u en ik anonieme natuurverschijnselen.


Ik ben N. Noemt u mij Nevel. Ik ben er om met u te spelen.
Ziet u mij als zo'n lichte nevel die in de aarde rust en opstaat wanneer zij gekust wordt door de zon.
Wegen doe ik weinig en u kunt in alle richtingen door mij heen bewegen zonder mij te beschadigen.
Ik nodig u uit om in alle richtingen door mij heen te bewegen. Ik nodig u uit om op een dag als alle andere samen met mij te gaan nevelzwemmen op een lokatie van uw keuze.


Ik ben O. Noemt u mij Opaal. Ik ben er om u tot uw recht te laten komen.
Het opzwepende ritme laat geen plaats voor woorden. Het opzwepende ritme nodigt u uit uw mond te openen en rauwe klanken te laten ontsnappen. Elkaar afwisselend en elkaar overlappend klinkt de lach, de kreun, de krijs, de klacht, de jubel. Lichaamsdelen veranderen spontaan van kleur. Alle stenen die door uw trappelende voeten aangeraakt worden veranderen spontaan in opalen.
Als ik u nu een advies mag geven dan raad ik u aan de komende 24 uur niet één keer te bukken.


Ik ben P. Als u mij in een publieke setting spreekt noemt u mij dan Paradijs. Spreken wij privé met elkaar noemt u mij dan Parfum.
Ik ben er om u door de tuin te leiden – het aangename te versterken door het u indirect aan te bieden en het onaangename af te zwakken door het u direct aan te bieden.
Ik ben er om de lololo's te isoleren, voor u in te pakken en te versturen naar uw toekomstige adres.
Ik ben er om zonder aarzeling de leegte in te gaan met uitgestrekte armen en een uitgerust hart, zodat ik u zodra u terug bent kan onthalen op een bergamot behandeling.


Ik ben Q. Noemt u mij Quatrijn. Ik ben er om u te besprenkelen.
Uit de hulpmiddelen die ontworpen zijn vanuit de overtuiging mentale communicatie te vergemakkelijken (of zelfs mogelijk te maken) wordt duidelijk wat de visie is van de ontwerpers, de fabrikanten en de afnemers van deze hulpmiddelen – met betrekking tot communicatie in het algemeen en mentale communicatie in het bijzonder. Mijn visie is dat deze hulpmiddelen van menigeen een hulpbehoevende heeft gemaakt.
Uit de hulpmiddelen die ontworpen zijn vanuit de overtuiging fysieke communicatie te vergemakkelijken (of zelfs mogelijk te maken) idem – met betrekking tot communicatie in het algemeen en fysieke communicatie in het bijzonder. En mijn visie aangaande deze hulpmiddelen eveneens idem.


Ik ben R. Noemt u mij Radijs. Ik ben er om u op prijs te stellen.
Op de tafel in de schaduw aan de noordkant van het huis staat een glazen schaal gevuld met water. Op hete dagen komen de bijen er in grote getale op af om zich te verkoelen; hypnotiserende bewegingspatronen die, hoewel ze zich in stilte voltrekken, de atmosfeer vullen met muziek.
Zoals ik aan u denk als aan een planeet in een planetenstelsel (noem het sterrenbeeld) met een planetaire invloed op allen (levend of dood) in wiens universum het lot u heeft geplaatst, nodig ik u uit ook aan mij te denken als aan een planeet in een planetenstelsel (noem het sterrenbeeld) met een planetaire invloed op allen (levend of dood) in wiens universum het lot mij heeft geplaatst.


Ik ben S. Noemt u mij Sluis. Ik ben er om van zand glas te maken en van glas juwelen.
Aangekleed is het een maagd, uitgekleed is het een slet – het bloed zal vloeien, het bloed zal gedronken worden. Aangekleed is het een koning, uitgekleed is het een slaaf – het bloed zal vloeien, het bloed zal geofferd worden. Aangekleed is het een moeder, uitgekleed is het een heks – het bloed zal vloeien, het bloed zal verspild worden. Aangekleed is het een kampioen, uitgekleed is het een drenkeling – het bloed zal vloeien, het bloed zal stollen.
Plant u de gladiolen diep zodat ze goede kans krijgen met rechte stengels op te bloeien, hoe zwaar ook de bloem.


Ik ben T. Noemt u mij Temperament. Ik ben er om u te complimenteren.
Wanneer de reuzen zich te slapen leggen onder een baldakijn van regenbogen daalt de stilte diep. Ik bedoel natuurlijk de echte reuzen; de wezens die, waar ze zich ook ophouden, geen sporen achterlaten die te volgen zijn (tenzij u iemand bent die het centrum verlaten heeft en het centrum u, u iemand bent die één is met de winden, u iemand bent die één is met het komen en gaan van de zon en de maan). Het zijn mijn soort schatten – deze wezens die, waar ze zich ook ophouden, geen sporen achterlaten die te volgen zijn (tenzij u ... )
Zij maken zich nergens druk over. Wat kan het hen schelen dat en mass geproduceerde baldakijnen gretig aftrek vinden. Wat kan het hen schelen dat en mass geproduceerde relikwieën devotie opwekken. Wat kan het hen schelen dat er schoonheid gezien wordt in en mass geproduceerde iconen.
U bent mijn vriend. Geen enkele vraag en geen enkel antwoord zal ooit een wig kunnen drijven tussen mij en mijn loyaliteit aan u.


Ik ben U. Als u mij in een publieke setting spreekt, noemt u mij dan Universeel. Spreken wij privé met elkaar, noemt u mij dan Ukelele. Ik ben er om uw wensen aan te horen.
Als eenhoorn ben ik een mislukking; ik heb er drie – en niet één ervan is gedraaid. Bovendien ben ik in staat mijn staart als vijfde been in te zetten, wanneer ik in volle galop de berg op draaf tot aan de top. Hijgend lachend zijg ik neer – uitbundige vreugde, bedachtzame inkeer – stijg ik op en groet u.


Ik ben V. Noemt u mij Vochtig. Ik ben er om u te bedanken.
Een lege ruimte met een stenen blok. 
Op het blok een schaal gevuld met zand. Gestoken in het zand negen brandende wierookstokjes, ieder een verschillende geur. Zeven verschillende samenstellingen, één voor iedere dag van de week. De enige die de samenstelling kent ben ik – (en nee, geen enkel internetlijstje dat mij onder ogen is gekomen is juist). De brandduur van de stokjes is circa negentig minuten. 
Om het blok een kring van negen futons. De afstand tussen de voeteneinden en het blok bedraagt één meter.
De nummers van het tijdstip waarop uw betaling op mijn rekening wordt bijgeschreven zijn bepalend voor de dag van uw bezoek. (U krijgt hierover bericht, tevens bevestiging van uw reservering.) Het tijdstip waarop u zich bij het geurportaal meldt bepaalt welke mat voor de duur van de sessie de uwe is.
Ik wens u een geslaagde passage.


Ik ben W. Noemt u mij Weegschaal. Als Weegschaal u niet aanstaat, vervangt u het gerust – bijvoorbeeld door Weiland of door Wierook.
Rust in de zwevende ribben, dobberend op het ebben en vloeden van mijn ademhaling.
Om van onrust naar rust te komen kan men leunen op verschillende bestaande disciplines. Wanneer rust verworven is, kan deze enkel gecontinueerd worden op eigen kracht. En wel de kracht die vrijkomt, indien de verhouding met het eigen lot puur is. Als de begrippen onrust en rust u niet aanstaan, vervangt u deze gerust – bijvoorbeeld door honger en gevoed of door leeg en vol.
Er zijn compensaties, er is het gemis. Dat het anders is dan het is, kan ik mij niet voorstellen.


Ik ben X. Noemt u mij Xenon. Ik ben er om voor u te zingen.
In de winter aan de boom geen bladeren.
Ik ken een naam die is als een vlam waaraan ik mij warm, als een vlam die groter wordt wanneer ik zing, deze naam zing. En zing en zing tot ik gloei.
In de kers een pit. In de pit een boom.


Ik ben IJ. Noemt u mij IJl. Ik ben er om u te verstaan.
Binnen de gegeven parameters. Binnen de verworven parameters. Binnen de bestemde parameters.
De stof die wisselt in de stof die wisselt. De conditie die wisselt in de conditie die wisselt. Al gelang het gegeven instrument. En het onderhoud hiervan.


Ik ben Z. Noemt u mij Zoet. 
Ik ben er om van koren kaf te maken en van kaf koren.
Ik ben er om van even nummers oneven nummers te maken en van oneven nummers even nummers.
Ik ben er om van klinkers medeklinkers te maken en van medeklinkers klinkers.
Ik ben er om van u mij te maken en van mij u.