zaterdag 15 augustus 2020

(600 woorden) DEZE DAGEN *2001



De man met de zeis
heeft het voorzien op meisjes
die op eigen wijze swingen
op de muziek van lijsters
die een liefdesduet zingen.


1
Grimmige bergen verbergen lieflijke valleien. Waar in de maand mei ik en zij die mij kent, bij het licht van de maan, door een boterbloemenwei een laan hebben gerend. En nu het juni is, is het overduidelijk; het sprookje zonder een enkele traan zal verder en verder en steeds verder gaan.



2
Toen ik jonger was in jaren, en teder, brandde het ijs op mijn tong. En nu ik ouder ben in jaren, teder nog steeds, hap ik niet meer naar iedere vlieg die zich binnen gehoorsafstand waagt.

Indien ik kon kiezen dan koos ik frambozen, rood als hongaarse rozen, geflankeerd door witbloesemende druivenranken. Dan, zittend op een bank van wilgenhout, luisterend naar een ingekorte raga, kijkend hoe de ondergaande zon onder gaat, een lichte versnapering gebruikend, een enkele vinnige gedachte onderdrukkend.

Ja het ijs is gebroken, het drama is van alle kanten aangekeken, en nu ik mij kan laven aan een buitenkraan ga ik met een gerust gemoed elk komend seizoen tegemoet.



3
Deze nacht gingen er honden op jacht. Ze jankten bij het zien van degenen met wie ze hun honger naar bloed delen. Ik ben opgestaan en heb gitaarmuziek op de platenspeler gelegd, liedjes van verlies, maar na een minuut of tien had de naald zoveel stof verzameld dat de automatische afslag in werking trad. Na een sigaret was het buiten op de gebruikelijke stiltegeluiden na stil. Ik ben een tweede keer opgestaan en heb de gedichten van Wallace Stevens gepakt. The Man With The Blue Guitar voorgelezen aan een hond met wie ik mijn honger naar poëzie deel.

Ja 's nachts zal er geslapen worden en overdag zullen wij vergeten.



4
Traag schudt de zeemeermin haar zeewieren lokken. De opslag van haar ogen verraadt de zigeunerin in haar. De rondingen van haar schubben zijn gevormd door de golfslag van de Indische Oceaan. Hier moet het zijn dat zij in een kleur- en geurrijk verleden van land is gegaan. Kon zij zich maar herinneren waarom zij daarvandaan ooit is vertrokken. Traag schudt de zeemeermin haar zeewieren lokken.



5
De repetitie van de zomerprocessie is in volle gang. Het graspaard loopt natuurlijk voorop. Dan de kinderen in groepjes naar leeftijd. Enkel de kleinsten vallen op, of liever de felgekleurde plastic monstertjes waarop ze zich voortbewegen. Na de kinderen de papegaaien; de aanwezigheid van de papegaaien is altijd leuk. En als laatste natuurlijk het hooipaard.

Verrassend deze aflevering is eigenlijk alleen de opengelaten ruimte voor het hooipaard; een leegte die geïnspireerd schijnt te zijn door het aantal sterfgevallen van het voorbije jaar.



6
Het dier onder de vloer is deze dag erg luidruchtig. De boom daarentegen zwijgt verlegen wanneer geconfronteerd met een windstilte uit een andere dimensie.

Het probleem is te simpel gebleken; op mijn aandacht wordt niet langer een beroep gedaan. Te rijp voor mijn tijd bereid ik mij voor op een actieve vakantie zonder einde. Mijn stembanden heb ik al gesmeerd, met tralala's in een andere taalaard.



7
Wanneer ik de kaarten van verre landen schud, zie ik hoe onder mijn handen de hoofdsteden veranderen in broedplaatsen van ongebruikelijke liefdes. Vertrekken worden uitgekleed, de inwonenden vervangen door actrices die de aangereikte gebaren die ze ingestudeerd hebben de betoverende bijwerking van ijle aardsheid weten mee te geven. O wat zijn ze er goed in de weg te wijzen naar een planeet, waar genegenheid en verlegenheid elkaar uitsluiten, waar ze hun kelen smeren met gesuikerde ranjaliedjes die ze liggend dij aan dij melodievast het heelal inslingeren.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten