zaterdag 15 augustus 2020

(5250 woorden) DE BANNTIE *1999-2000

 

I  
       1
   Onbekend met de route
    Leef ik ratelend
    Bederf voordat de reglementen gedrukt en 
      droog zijn

    Hoge wreven jeuken
    De sokken zijn van een slecht katoenjaar


Maar ze oogden goed

    Wens mij de beste beterschap
    Met een minieme verschuiving van de focus op 
      het verloop

Hier een millimeter resulterend in een kilometer 
  daar; geen gevaar in afstand

    Ai bandeloze Traagheid
    Kijk mij aan zoals ik jou aankeek
    Met klapperende kaken, afgeknarste hoektanden, 
      de tong dik en droog

    Ja ik slikte de reglementen weg voordat de 
      woorden fris en welklinkend waren
    Ik slofte door de kamer
    Begroef mijn stem in vertaalde poëzie



       2
Mekkerbarendse glorie leeft sterk
Tussen de kieren
Beraadslaag

De golfslag kabbelt berichten
Laag bij de grond
Volumineus in verlangen

Braakklaar terrein
Zwanger van zwerfzaden
Prille planten ontspruiten
Het is een ruig oord


Volg mij
Volg het experiment
Betreed de triomftrap

Het mag de marmeren zijn
Het mag de begraasde zijn

Lach met de wind

Sterke sterren navigeren door het luchtruim
Beloof mij dat je zult volgen
Vergeet het verdriet

Mekkerbarendse glorie trilt laf
Lillend
Word gewaar

Ja de golfslag breekt en breekt en breekt
Ontroerend levenloos ligt de Ledenpop, vol 
  mekkerbarendse geheimen
lijkt het – want jij en ik weten beter



       3
Zuigend de mond, rond gevormd, wijdopen de 
  neusgaten
De vingers gespreid – hoe doorschijnend zijn 
  de nagels nog
Was dat Mensje week en strijk haar met 
  poederparfum

Gekleurde vellen golfkarton
De snippers liggen bijeengeveegd
De snippers moeten opgeraapt
Rijg ze aan een ijzerdraad
Dompel ze onder water
Breek het éennachts laagje ijs

Betreed met mij het stromenland, waar
Brem groeit naast brem
Bibberige stemmen de hoogste noot pakken,
achteroverhellend met gesloten ogen

De mama's van de mama's hebben hun laatste 
  lied nog niet ingezet

Zie, de onderstroom
Meandert eigenzinnig
Vermengt zich met de bovenstroom die–niets 
  gewend–al snel 
in een ronkende roes zijn bedding verlaat

Maak de bezem los
Laat aan de nieuwe oever de rijzen wortelen
Dat moet toch te doen zijn?

Beloof mij 
Dat je niet met paniek zult reageren op de 
  stilte
De geaccentueerde lijn blijft schijnen in het 
  donker
Geloof mij
De gebrokkelde rand straalt warm
Voel het en volg

Concentreer je op de facetten die bepalend zijn 
  voor een verloop
De facetten die het uitzicht benemen
Als altijd passief

Wist mama wat papa wilde?
Wist jij, lieve Letterpop, hoe jij wilde?
Was er een moment waarop jij diegene was 
  waarin jouw worden kon wortelen?
Nee hè? Afgebroken in de knop ben je
En met veel zorg heb je je gestekt in 
  bijeengesmokkelde aarde



       4
Het schattige scharlaken schroefje
Wordt bijgeleverd bij aanschaf
Van het guitige geitengrijze hoefje

Ja kom lekker Snoepje
Dan mag je in mijn warme mondje
En ik zal op je sabbelen
Tot er niets meer van je over is

    De vluchtende is ingedamd
    Passen op deze plaats passen
    Wuiven met de romp
    De hand tastend het gezicht
    De jukbeenderen laten zich weer voelen

De pretogen bevriezen bij de aanblik van de 
  vulkaan
Beweeg je mee, lief Feestbeest
Schater met open keel en ontspring de lavadans

Waar de liefde regeert, regeert niet de trots
Schelporige kruipslakken polijsten de rots
Blanco? Nee!
Polieppatronen verschijnen bij het verschijnen 
  van de maan
en verdwijnen bij het verdwijnen van de maan

Spaar dus je tranen, lieve Melancholica
De zon zal door blijven breken

De zon die de liefde in kleur zet

Kus je rustig tijdens het nachtelijke wachten
Je voeten warm in een bruisend bad



       5
    Vetvreten aan ongebakken deegrollen, is dat 
      wat voor jou, lieve Mol?
    Vetmesten met laboratoriumresten verpakt in 
      vetvrij sierpapier, ga je hier wel voor?
    Lovende woorden bekoren je nog steeds, is 
      het niet, lief Graafbeest?
    Belijd je medeleven en trek je terug

Met een macaroniekoek in de ene hand en in de 
  andere een boek loop je, lieve Letterkop, een 
  rondje door je kamer
Daarna nog een rondje en nog drie rondjes en nog 
  acht rondjes
En dan van voor af aan, opnieuw
Dan–omdat je samenwoont met een vetplant–leg je 
  de koek op een stoel
Of–omdat je samenwoont met een hond–leg je het 
  boek op de koelkast
Maar–omdat je ook samenwoont met een poes–leg je 
  beide op de vloer 
in de nabijheid van het snoer dat de knuffellamp 
  met het stopcontact verbindt
Zo, voel je je nu een beetje beter?



       6
    Passen op de plaats passen
    Wanneer rood rood rood de bomen
    Passen op de plaats passen
    Wanneer
    Dromen dromen draaien
    Fraaie fraaie gazellen stikken in knellende 
      knellende strikken

    Passen op de plaats passen
    Wanneer de romige romige melk
    gegoten over verwelkte verwelkte narcissen
    de frisse frisse kinderen doet zinderen in 
      de friste friste noorderwind

    Passen op de plaats passen
    Wanneer buitelend buitelend de bijen
    Passen op de plaats passen
    Wanneer
    Keien keien keien zoemen
    Doem doem doem de kraaien
    Laaiende haaien duiken in fuiken
    Buikige kruiken barsten in de zuinigste 
      zuinigste ochtendzon



       7
Twijfel niet, lieve Letterkop
Wuif de vijf verbazingen vaarwel

Soepel in de pols richting deur
Stijf in de pols richting raam

Bestuif het aanbeeld met kaneel
Besprenkel met gezoete melk
Schakel de ventilator aan en laat de mieren vrij

Stel je nu voor, dat
Je handen hebt en je de palmen ervan tegen elkaar 
  wrijft
Je voeten hebt en je op je tenen balancerend 
  zuigende geluiden voortbrengt
Je leeft aan gene zijde van de afspraakgrens en 
  blij bent

Nee twijfel niet, jij Letterpop
Prent de vijftien fragmenten in je 
kortetermijn-
  geheugen en blaas tegen de hoge toren
Selecteer de stenen en plaveid het laatste 
  stukje ruige heide

Rol nu het aanbeeld naar buiten
Plet de druif
Afdekken met een eikeblad
Leg de tak apart

Zo ver mogelijk van de duivenveer vandaan

Blaas tegen het hoge paard

Stel je nu voor, dat
Je ogen hebt en je ze opent
Je wangen hebt en je ze wit met gekoeld krijt



       8
    De lieflijkste onderstromen werken zich 
      watervallend een weg
    Geheugenkiezeltjes dreigen los te laten

    Hup hup hup
    Geitebok je lokt mij
    Ik hoor je hoefjes
    De plukjes van je vacht–verstrikt in de 
      stugge struik–verraden je

    Ja verderop staan de blaadjes er heel wat 
      sappiger bij
    Maar het zijn er niet genoeg vrees ik, voor 
      ons allebei





II  
       1
Laaf je aan de fonteinen die ontspringen aan  
  de voet van de vulkaan en je zult 
jubelen met de onhoorbare vogels, 
bedrogen worden door de berekenbaren, 
bouwvallen opvangen en reconstrueren met 
  voortijdige fantasie

    Brandkranen druppelen na
    Het feest is geblust
    Ging jij alleen naar huis, lieve Dierbare?

    Wat is het lekker warm thuis
    De rode gloed gloeit na
    Kleine woordje ontsnappen aan je lippen, 
      kruipen direct naar mijn borst

Banntie Banntie Banntie

    Zweef mee met Mama Coma

Banntie Banntie Banntie

    Betreed het onbetreden terrein

    O wat ben je mooi, stoer gaand over dit 
      ongebaande pad
    Zo kende ik je nog niet
    Deels springend deels glijdend deels zwevend ja

Banntie Banntie Banntie

    Voorwaarts in galop

    O maar je bent ook ondeugend – je verkiest je 
      eigen teugels!
    Nee, wij komen nergens wanneer jij je zo wenst 
      te gedragen
    Wij hadden een afspraak of ben je dat vergeten?

Banntie Banntie Banntie



       2
Het nest valt uit de boom met de plastic kersen
Die plastic kers was een verboden vrucht maar 
  bleef wel lang vers

    Brandkranen te over, opgesteld op de meest 
      onmogelijke plaatsten
    Heeft hier een torrenbrein achter gezeten?
    Met gebroken veugels kruipend in het mulle zand 
      de lokaties aangevend?
    Wat een prachtige tekening
    Wat een delicate nuanceringen
    Wat een dwingend patroon staat er beschreven

    Ja blijf het hekwerk volgen tot aan het open 
      veld
    En wanneer je nu over je rechterschouder kijkt 
      kun je nog net je huis zien 
    zoals je het nooit zag
    O wat is het een lekker warm huis
    Tot op deze afstand voelen wij het
    Nu duiken voor de zwerm torren
    Daar waren wij niet op bedacht
    Ze zijn prachtig getekend
    Wat een delicate nuanceringen
    Wat beschrijven ze een prachtig patroon

Banntie Banntie Banntie

    Lieve Dierbare, ben je al gewend aan al deze 
      wendingen 
    die je brengen tot aan de rand van je verstand?
    Versta je nog wat je verstond?

Banntie Banntie Banntie

    Leg je lever droog ter voorbereiding van een 
      volgend feest



       3
Speel met de kaarten die je vond op de bodem van 
  je bloed en je zult 
geuren met de kleurloze planten, 
bedrogen worden door de jaartallenden, 
etiketten stikken op losgetornde stukken van 
  gehuurde feestkledij

    Het ravijn is nu wel erg dichtbij
    Terwijl alle pretparken bij opbod verkocht zijn 
      en vernietigd daarna
    Slechts de bouten en de moeren zijn met zorg 
      bewaard en gecatalogiseerd daarna
    Je hebt de expositie ervan toch gezien?
    Was het geen trieste affaire?

Banntie Banntie Banntie

    Hunker met mij naar met glorie geplaveide paden, 
    waar het schijnsel van de lantaarnpalen 
    in schoonheid wedijvert met onderwoekerende 
      struiken
    Prachtig getekende schaduwen werpend 
    in dwingende patronen 
    vol delicate nuanceringen

    Gesteld dat de vulkaan nu uit zou barsten
    Zou je schreeuwen? wegrennen? verstijven? 
    een pose aannemen? die gefotografeerd in 
      polyfone kleuren zijn boodschap zendt naar 
      nieuwsagentschappen; 
    een bericht voor in een natijdige kalender?

    Ach wat een verdrukkende drukte
    De schijn is exclusief, dat weten we toch?
    Schaduwpijnen dienen niet geconserveerd maar 
      geconsumeerd te worden
    Dus laten wij ons storten in het verderf van 
      onze erfenis
    Hebben de lantaarns hun wedloop met de realiteit 
      niet de een na de ander gestaakt?



       4
De roep van het bloed overstemt het plan 

    Wees bereid te sterven, lieve Jij
    Als cellenconstructie ben je mij dierbaar in  
      je huidige vorm
    Maar om mij te onthechten hoef ik mijn wezen 
      geen geweld aan te doen
    Het is als het ware éen van mijn natuurlijke 
      staten
    Schrik je daarvan?

Banntie Banntie Banntie

    Berekenbare breekbaarheid is geruststellend
    Ware waarheid is geruststellend
    Leef je met mij mee?
    Ik leef met jou mee, lieve Dierbare, daar kun 
      je van op aan

Banntie Banntie Banntie

    Ik ben je niet vergeten

Op de meest westelijke oever staan de Schapen naar 
  de ondergaande zon te staren
De overstroming was eerverleden zomer en ook de 
  winter die erop volgde was zwaar
Nu is de binnenbrand geblust, 
maar het huidige ritme dient strikt te worden 
  aangehouden wil de boom niet vervreemden van 
  haar vrucht
O breed was het draagvlak toen de ramp nog recent 
  was, maar inmiddels zijn de belangen gewijzigd

Banntie Banntie Banntie

    Leg je blaas droog ter voorbereiding van een 
      lange nacht



       5
Scheepjes varen over de baren
En wat massief is slaat lek tegen wat vloeibaar is

    Komt er ooit een einde aan deze wandeling?
    Nee ik zal nu niet beginnen te huilen, lieve 
      Dierbare
    Ik zal mij concentreren op iedere stap
    Vanaf nu geen pauzeperiodes meer, ook al straalt 
      de boekenkast nog zo lekker warm
    Van vloer tot plafond breekbaarheid die te 
      berekenen is
    Gemiddeld achtenveertig details per plank maakt 
      een totaal van vijfhonderdachtentwintig 
      natuurlijke staten
    Dat overdondert je hè?
    Ja ik geef het toe, ik heb geleefd als een geest

Hakken Hakken Hakken

    De wapens strak trekken of wegwerpen
    En oké muziek dan maar. Zingen
    De wijs van de wijzen, 
    het leed van het verleden, 
    de samenhang van het onsamenhangende

    Wat bezielt de stervenden?
    Wat zal jou bezielen als je sterft?
    Want sterven zul je
    Zijn alle stervenden even sterk?
    Zijn alle stervenden even zwak?
    Aan de meest oostelijke oever ontwijken de 
      Karpers de wrakstukken
    De lucht is zeldzaam groenig, watzo heb ik mij 
      laten vertelleneens iedere twee miljoen 
      etmalen het geval is
    Op ochtenden als deze is het niet raadzaam 
      je af te scheiden van het collectief
    dat je door het lot aangewezen is geworden als 
      het jouwe
    Nee ik begrijp lieve Dierbare, dat het raadzaam is 
    deze ochtend te mediteren op de overeenkomsten 
      tussen mij en het collectief
    dat mij door het lot aangewezen is geworden als 
      het mijne

    En om mee te leven met de stervenden
    De volgroeiden zullen doen groeien. Ja
    Regenbuien buitelen over elkaar in de tijdloze 
      dimensie
    Cellenstructuren desintegreren en herformeren
    Rotte zooi voedt vruchten die zullen voeden en 
      bederven en voeden
    Primaire kernen krimpen kermend. Verstoffen
    Samen zullen wij deze berg bedwingen
    Hadden wij niet altijd al het geluk aan onze kant?
    Kijk hoe ik mijn voetjes nu stevig neerzet, diep 
      ademhaal, diep mijn hakken duw in deze rode aarde

    Ik ervaar het gevaar en ja ik zing luid. Opgelucht
    Ai deze barre tocht maakt nog een bard van mij!
    Vanaf hier ga ik dansend
    Eerder stierf ik niet, ik bedierf gewoon
    Maar vanaf dit punt laat ik onbedaarlijke zin zien
    Dat kan



       6
De geur van de rozen vermengt zich met die van 
  de hyacint

    Waar de wanen elkaar raken ontmoet de macht 
      zijn onzinnige werkelijkheid
    Het berekenbare getal regeert
    De stakkers die zich herkennen in het verhaal 
      van allemaal bepalen de maat

    Maar ik zal jou vertellen dat mijn motieven 
      zuiver waren
    Was ik dienstbaar dan was het zuivere 
      dienstbaarheid
    Was ik nieuwsgierig dan was het zuivere 
      nieuwsgierigheid

    En mag ik jou er voorts aan herinneren dat 
      de baan die ik ben gegaan zelden raakte 
      aan een collectieve waan?
    En als ik dat kan–en ik zie er toch echt niet 
      onaardig uit–dan kun jij dat toch ook?
    Ik ben toch niet als enige daar geweest waar 
      verwekkende en afstammende inwisselbaar bleken?
    Lieve Dierbare, ik vertel je toch geen geheim 
      wanneer ik onthul dat jij onder je kleren 
      even naakt bent als ik?

    Heb jij nooit de dode gezien die in foetushouding 
      klaar lag om in verstofte vorm verder te bestaan?
    In jou en door jou en met jou
    En in en door en met iedereen die jou omringt
    Ontroert dit afscheidsbeeld je niet?
    Ontroert deze verstofte vorm je niet vruchtbarender 
    dan de steriliteit van de stralendste fotolach?

    Ah laten wij nu even rusten
    Dat dit–wat wij hier nu meemaken–even op ons 
      in kan werken
    Ik heb inmiddels wel begrepen dat aan deze tocht 
      nooit een einde zal komen
    Ja wij hadden het geluk altijd al aan onze kant!
    Kom, even plat met onze rug op deze rode aarde
    Sluit je ogen en laat de informatie die nu door 
      je spieren opgenomen is
    doorvloeien in de rest van je organisme
    O dit is bedwelmend
    Loom word ik, vredig, gevuld
    Ik maak contact met het externe bestaan
    Met daar waar geen waan ooit is gegaan
    Wat een feest, wat een feest, lieve Dierbare 
      ben jij hier al eerder geweest? hier, 
    waar geen middelpunten zijn?



       7
Twee Zwerfkeien, bewegend in het schemergebied 
  tussen binnen en buiten

    Laten wij kijken of wij een paard kunnen vinden 
      dat ons gezelschap wil houden
    En ook al kunnen wij er geen vinden, 
    wij gaan ons niet schuil houden in de flat vol 
      met afgezaagde levens
    Dat was deel van de afspraak of was je dat ook 
      vergeten?
    O je glimlacht, dat vind ik fijn 
    Vertel mij
    Waarom sluiten ze zich daar vrijwillig op?
    Waarom begraven ze zich in het ene en het 
      andere ding?
    Waar staren ze naar als in hun ogen die glans 
      verschijnt?

Banntie Banntie Banntie

     Knoop je vest dicht, het gaat nu een stuk kouder 
      worden



       8
Tierelantijnen verfijnen de grove bokaal
Peterselie in overvloed
De Liefste zal smullen

    Stel je voor lieve Dierbare, je bent een kat 
      met een vacht van robijnrode bovenharen en 
      violette onderharen
    Stel je voor, je bent een kat met een vacht 
      van appelgroene bovenharen en indigoblauwe 
      onderharen
    Stel je voor, je bent een hond zonder benen 
      die ligt in de armen van een man 
    voor wie een dagelijks geluksmoment met jou 
      levensnodige voeding is

    Nu niet de fout begaan direct overenthousiast 
      te worden
    Alles wat voorbij komt zijn niet meer dan 
      prille aanzetten tot vermoedens
    Geef de tijd de tijd
    Pas als het gaar is zullen wij weten of het 
      waar is
    In de tussenliggende periode echter zal niemand 
      het je kwalijk nemen 
    indien je je pretpasjes polijst
    Zeker ik zal je bemoedigend aanmoedigen
    En–wie zal het zeggen–komt het ooit nog eens 
      tot een duet
    Is dat geen leuk vooruitzicht?
    Ik dacht het wel
    O je voelt je onder druk gezet, nee pret en 
      druk gaan niet samen

Banntie Banntie Banntie

    Laten wij wat wij nu nog aan voedsel hebben 
      in ieder geval delen
    Misschien heb ik iets wat jij lekker vindt en 
      heb jij iets wat ik lekker vind
    Dat kan

    Ach dit gebakkelei vermoeit je?
    Zeker, de lucht is blauw dat zie ik, de vogels 
      jubelen dat hoor ik
    Dus ik zal je nu verder mijn confidenties 
      besparen
    Wij zullen ook alle energie die ons vandaag nog 
      rest nodig hebben 
    om voordat de zon ondergaat een prettig bedje 
      te vinden

    Oké spring mee met Mama Coma 
    Ik heb er alle vertrouwen in dat het ons gaat 
      lukken 
    om na een verkwikkend verblijf in de nachtelijke 
      psyche 
    fris en klaar te zijn voor het feest van morgen
    O je had dat nog niet gehoord?
    Ja lieve Dierbare, morgen een feest 
    zoals er nog niet eerder een is geweest
    En wij zijn ook uitgenodigd, jij en ik
    Is dat geen leuk vooruitzicht?
    Ik dacht het wel



       9
Woest woest springen, 
woest woest glijden, 
woest woest zweven ja

    Wat een rommel op de kolderzolder
    Het valt niet mee om tussen de hopen vuurpijlen  
      te manoeuvreren, 
    éen onbehouwen beweging en de boel zal ontploffen
    Ow jha, jouw zuchten verlichten mijn route, doen 
      mij het gevaar verstaan
    Hoe schattig en onschuldig het is
    Aah, laat mij leunen op jouw kreunen, 
    laat mij trachten te lachen om jouw klachten

    Mijn klachten heb ik in bruikleen gegeven
    Tegen een goede prijs–dat mag ik wel verklappen
    Een aan te raden constructie, maar niet zomaar 
      voor iedereen toegankelijk:

    Kattebelletje verzamelen en catalogiseren daarna
    Inpakken in met fluweel beklede kistjes en 
      tentoonstellen daarna
    Negen lokaties met ieder een essentieel 
      verschillende natuurlijke staat
    Per lokatie met een verborgen camera 
      het gezicht van éen van de toeschouwenden 
      fotograferen 

    De negatieven handgroot afdrukken op lappen 
      katoen–kussensloopformaat–en de aldus verkregen 
      beeltenisvlaggen laten wapperen in de nachtwind
    Twintig nachten bij een kracht van vijf en een 
      richting zuidwest
    Uiterste pauzeperiode tussen twee wappernachten 
      negen etmalen, zodat de totale periode 
    nooit de hondertachtig etmalen overschrijdt 

    Indien tijdens de operationele periode 
    kracht en richting langer dan negen etmalen niet 
      aan de gestelde condities voldoet 
    dan dient iedere beeltenisvlag op de navolgende 
      wijze behandeld te worden:

    Negen opeenvolgende nachten het hoofdkussen 
      overtrekken met éen van de negen vlaggen, 
    beginnend met de vlag die het nummer 1 draagt 
      en eindigend met vlag nummer 9
    De lippen drukken op het voorhoofd van de 
      beeltenis, 
    het voorhoofd drukken op de mond van de 
      beeltenis 
    en in slaap vallen met de gedachte 
      'wat ben ik alleen'
    's Ochtends na het wakker worden de vlag 
      opvouwen, dusdanig dat de beeltenis verdwijnt
    Het vouwsel besprenkelen met een bloemenparfum 
      naar keuze 

    Nu met ontspannen lippen en gecontroleerd 
      middenrif blazen, achtereenvolgens 
    richting bovenkant van het leven, richting 
      onderkant, richting achterkant en als laatste 
      richting voorkant 
    – hand houden op de plaats waar in het vouwsel 
      de beeltenis vermoed wordt
    Vorm de gedachte 
      'bedankt voor uw prachtige gezicht'
    Met een energiek gebaar het vouwsel opgooien 
      en laten liggen hoe en waar het terechtkomt

    Voor diegenen echter die het sterven slechts 
      aan anderen overlaten 
    is er hoe dan ook geen enkele hoop

Ook al brengen ze de tegels tegelijk met de 
  bonbons terug
Ook al weren ze vreesaanjagende praatjes over 
  jagers en geweren
Ook al kruimelen ze kruimige aardappels en poten 
  ze deze in potaarde
Ook al brengen ze bewondering op voor die 
  wonderbarende baarmoeder
Ook al pleiten ze voor de pleitbezorgende die met 
  zorgeloze inzet pleit
Ook al schrijven ze in spiegelschrift berichten 
  op bewegende gezichten



       10
Waterlanders en vuurlanders bereiken elkaar
Meteorieten versieren haar voetafdrukken
Ook in de stad kan het stil zijn

Banntie Banntie Banntie

    Woest woest woest de wind
    Zoek beschutting achter de schutting
    Mijn bloed zo onstuimig dat de tinteling mijn 
      huid verbrandt
    Druk je oren plat tegen je hoofd lieve Dierbare, 
      want woest woest woest de wind
    Vond je jouw bestemming, toen 
    het door jou verwekte kind ter wereld kwam? 
    toen het groeide en stierf en voedde en weer 
      groeide?
    Verwarm met je handen je tanden als je lacht, 
      deze kou is niet mis
    Nog even en wij zullen de wind in de rug hebben
    Dan zal het gedonder van het water heel anders 
      klinken, neem dat maar van mij aan
    Is dit geen ongehoord geluid?
    Pas op, de rand wordt steeds smaller
    Fijn dat wij samen zijn!
    O ja, fijn dat wij samen zijn!
    Ervaar jij dit ook zo?
    Ja neem jij nu de teugels ja!
    Ja ik zal je volgen
    Zie je, dat pad had ik niet gezien
    O je volgt het hondenspoor, nu zie ik het
    Heb jij het water ooit zo hoog zien staan?
    Springen nu en glijden
    O woest woest woest deze wind
    Mijn voeten raken amper nog het zand
    Het lijkt wel alsof wij nu echt zweven, alsof 
      wij niets wegen!
    Kijk hoe het gewicht van mijn gezicht vervliegt
    O mijn ogen branden
    Het zand geselt mijn gezicht, of is het de wind 
      die het zand geselt? 
    of is het het zand dat met de wind speelt? en 
      breken wij dit spel?
    Kun je wat harder schreeuwen, ik hoor je antwoord 
      niet 
    Je kent toch alle verhalen die verhalen wat zich 
      hier zoal afspeelt?
    En had je op basis van alle verhalen die verhalen 
      wat zich hier zoal afspeelt 
    verwacht wat je hier nu meemaakt?
    Wat jij meemaakt en wat ik meemaak en wat wij 
      meemaken?
    Is het niet–in éen woord–wonderlijk?
    Of–in éen ander woord–verpletterend?
    Ben je nog bij mij?
    Stoer gaand tegen deze verwoestende wind?
    Deels niets vermoedend deels achterdochtig

    Nee je bent nu niet stout meer
    Lief lief Troeteltje
    Laat je groeten
    Laat je voeten kussen
    Op de wreef en tussen je tenen
    En dan verder langs je enkels
    Tot je je lichaam voelt als een warm bruisend bad





III  
       1
    Mijn mama is dood
    Een vuurpijl als een staaf dynamiet is afgegaan
    Een explosie van onberekenbare grootte
    Het hele landschap éen ravage
    De wrakstukken verzamelen en reconstrueren?
    Niet mogelijk! Dit is het nieuwe landschap!
    Het oude landschap is voorgoed verdwenen

    Dag lieve mama, dag lief monster
    Ik haak af
    Ik zweef niet verder mee
    Ik leg mij op deze rode aarde 
    en laat de informatie die mijn zenuwen opgenomen 
      hebben
    doorvloeien in de rest van mijn organisme

    Dag lieve mama, dag lief monster
    Hier scheiden zich onze routes
    Ik glij niet verder mee
    Ons duet was kort en verheven
    Het afscheid is verpletterend
    De opstand zal zacht zijn
    Ja nu al ervaar ik het
    Achtergebleven op deze rode aarde 
    voel ik mij niet verlaten, 
    voel ik mij geborgen, 
    weet ik mij gevoed door mijn dode dode mama

    Ik zal naar haar kijken
    Ik zal kijken naar het gezicht zonder gewicht, 
      zodat mijn herinneringen 
    mee tot as zullen vergaan

Banntie Banntie Banntie

    In het gruis zal mijn thuis zijn
    In mijn huis zal vrede zijn



       2
Zullen de mooie meisjes dansen? Zullen ze huppelen 
  over het zand?
Hoe liggen achter en voor de kansen? Hebben we ijs 
  of hebben we brand?
Was de heuvel stug en steil? Hakte hij met botte bijl?
Was de hof vol zon en zang? Waren de druiven zoet 
  of wrang?

    Perenbomen krommen knoestig in de tuin der zeven 
      lusten 
    waar mama papa kuste
    onnozel en oprecht

    Het blussen van de brand in haar buik was een klus 
    die buiten elk scenario om moest

    Het is toen dat de paarden zijn verdwenen uit 
      het laagland 
    om nooit meer terug te keren

    Vertrokken zijn ze naar de besneeuwde toppen van  
      het rotsgebergte, 
    waar ze zich vermengd hebben met de stenen

    Een nog ongecatagoriseerd ras ontstond
    dat past bij deze onherbergzame streek

    Waar de lucht naar peper en mint smaakt 
    en de ijskristallen melodieën doorgeven die 
      helderder klinken, 
    naarmate in het oor van de toehorende kennis en 
      liefde éen stem zijn

    Het zijn de prachtigste wezens die hier wonen 
    – zo doen getuigenissen vermoeden 
    van die enkeling die deze streek bereisd heeft 
      en terugkeerde

    Het zijn deze teruggekeerden 
    die de Banntie vermorzelen met éen enkele blik

    Gelukkig dat ik het geluk altijd al aan mijn 
      kant had
    want het is uiterst zeldzaam dat iemand terugkeert

    En nog zeldzamer is het dat een teruggekeerde 
    –die overigens nooit langer dan zeven etmalen 
      blijft–
    deze glimlach toont 

    Getuige te mogen zijn van deze glimlach
    is sereniteit voorproeven 
    die in het verschiet ligt

    Slechts bereikbaar in de nabijheid van een dood 
    die volgt op zeven keer gestorven te zijn



       3
    Passen op de plaats passen
    Wanneer de zwarte zwarte aarde as baarde
    Passen op de plaats passen
    Wanneer verdriet over een griet die verscheen 
      en verdween en verdween en verdween 
      een lied zoekt

Op de prairie woont een meisje
Assy Antje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar mond werd een banaan
En haar vingers werden peulen
En haar buik een grote slang
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij maakt mij echt niet bang

In de bossen doolt een meisje
Assy Antje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar neus werd een liaan
En haar tanden werden besjes
En haar rug een grote blaf
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij schrikt mij echt niet af

In een bedje droomt een meisje
Assy Antje is haar naam
Ik ben gegaan om haar te kussen
Maar haar scalp werd een vulkaan
En haar tenen werden vissen
En haar bips een grote mug
Ik ben gegaan om haar te kussen
Nee zij jaagt mij echt niet terug



       4
    De maan als een wiegje ligt te wachten om de 
      ster te ontvangen
    Rammelende rammelaars worden schaarser en 
      schaarser
    Op de wreef en tussen mijn tenen ben ik gekust
    Nu ben ik moe dat kun jij je voorstellen, jij 
      die met mij bent geweest, waar
    De kleuren zich onttrekken aan de prismawetten
    Het verloop van het verhaal zich onttrekt aan 
      de reglementen
    Liefde geen geheugen heeft

    Dierbaarste Dierbare, ja jij hebt mij enorm 
      geholpen
    Let maar niet op de tranen in mijn ogen als ik 
      je dit beken
    Zonder jou had ik deze tocht gezocht noch 
      overleefd
    Maar wat een positieve ervaring!
    O ik had op basis van alle verhalen die verhalen 
      wat zich hier zoal afspeelt 
    in de diepste diepte niet verwacht wat ik nu 
      meegemaakt heb

Zij heeft de maan verstaan
Ja zij heeft de maan verstaan
De maan heeft haar verstaan
Ja de maan heeft haar verstaan

Ja het graan heeft haar verstaan

Het graan heeft haar verstaan
Ja zij heeft het graan verstaan
Zij heeft het graan verstaan



       5
    Panki Poko Sollo Maalo

Dus je leeft nog, lieve Letterpop
Weet je nog hoe het was en nooit meer zal zijn?
Waren wij gelukkig?
Ik dacht het wel!

Frendi Frendi Frollie Faata

    Pannelappen achter de hand houden
    Ja mijn tanden doen pijn, maar dat had je al 
      geraden

Aan het raam sluit zich de rij
Op de ruit een plakkertje waarop met grote 
  onregelmatige letters 'zeg denk voel JA' 
  staat geschreven
Begrijp jij nou zoiets, lieve Letterpop?
Ben je helemaal heen en terug geweest?
Is het bevallen?
Ik bedoel was het mooi?
Ik bedoel intens?
Ik bedoel ver ver ver ver uit?

Pieka Pieka Hoge pieken

    Paardje wil je mijn maatje zijn

Pieka Pieka Hoge pieken

    Eeuwig ruist het zoete refrein

Ruige banen Blanke toppen

    Paardje leg je vleugels af
    Trippeltrap hier op de plaats pas en ik zal 
      je borstelen tot je kirt 'genoeg genoeg'

    Snappel Snappel Snappel

Trek recht die rug
Omhoog die kin
Lach ja, luid en jubelend
Schater ja

    Bello Bello Bello

Stevig nu en overtuigd
Vol vertrouwen ook
Blanco tot op het bot
Gek hè? die beroerde uitputting, loerend om toe 
  te slaan

Gabbe Gabbe Gabbe

    Trap mij hoog, trap mij laag
    In een vlaag van waansverduistering, zullen
    De mieren vieren dat ze geen vliegen zijn
    De schapen zich vergapen aan de zijderupsen

    Teppo Teppo Teppo

Leg de roos tussen het kroos
En fotografeer
Breng het tralievenster aan
Versier met sierpapier
En fotografeer
Trek het laken over het dode hoopje
Knoop twee aan twee de punten strak
Maak een holte voor vier lepeltje – dessertformaat
Fotografeer

Prakke Prakke Prakke

    Bega een geluk
    Ja jij met je tong die kan likken 
    en je tranen die sporen achterlaten op droge 
      doeken
    En ook jij met je handen die kunnen bewegen 
    en je voeten die sporen achterlaten op natte 
      stranden

    Fessie Fessie Fessie

Vreet je door de berg
Staal de wil
Het gegil is tijdgebonden en zonder betekenis
Jij Likkepot van de gestremde melk, breek door de 
  schil van deze waan
De dingen spreken niet uit zichzelf
Dit lijkt mij redelijkerwijs het geval
Concentreer je op alles wat zich niet laat 
  fotograferen

    Affel Affel Affel

Streel het teefje tot zij glanst

    Tronk Tronk Tronk

–Over en sluiten–

    O wat staan die irissen er prachtig bij!
    Wat blijven die vissen dapper onder water 
      doorzwemmen!
    Ze kennen geen aarzeling of wel?
    –Over en sluiten–

Nee, zij is iris noch vis

Schep schelpen, scheidt de gehavenden van de 
  ongehavenden
Vul het voordek van het schip en zet de koers
Schilder–in volle vaart–het achterdek met 
  gemolten chocolade, 
afwerken met geglazuurd zeeschuim
Zo, nu kun je gasten nodigen. Aan wie denk je?
En kun je die bereiken? Nee hè?

    Wijs mij mijn plaats, dierbaarste Dierbare, en 
      ik zal mij erop nestelen, 
    denkend aan jou
    Ik zal je bekennen dat ik het nu wel erg koud heb
    Het is een zuiging die sterk op mij werkt
    Indien je bloed koud vermengt is met iemand die 
      net is terugvertrokken, 
    nou dan voel je dat wel
    En dat is dus de zuiging die ik bedoel

    Paronni Paranni Parunni

Ja teven dreven in trossen rond
Geronnen bloed begon spontaan te vloeien
Het leed is geleden

Want dat teventrossen verlossen dat weet een kind

    Verkeren in sferen die verkeren en verkeren

Apsie Apsie Apsie

    O hoe grillig het pad
    Trippeltrappel passen op de plaats pas
    –Ook als deze niet past–

De merrie draaft teugelloos door de nacht
Hoor haar, hoor haar



       6
Zullen de mooie meisjes dansen? Zullen ze huppelen 
  over het zand?
Hoe liggen achter en voor de kansen? Hebben we ijs 
  of hebben we brand?
Was de heuvel stug en steil? Hakte hij met botte bijl?
Was de hof vol zon en zang? Waren de druiven zoet 
  of wrang?

Kooronne Kooronne Kooronne

    Zit ik aan je sponde
    Hoor ik je snikken
    Nadat je kreunde
    Zie ik de kleur van je konen
    Ja je houdt van dit spel dat bij je leeftijd past

Kooronne Kooronne Kooronne

    Ga je ondergronds met mij?
    Haksnijdend door het wortelwoud
    De vochtigste aarde is nooit koud
    Kom wij doen even een dutje

Kooronne Kooronne Kooronne

    Bloot de armen, bloot de benen
    Rennen door het genaakbare gras
    Zo groen, zo doorschijnend, zo in continue 
      beweging
    Zo levend een eigen leven
    Zo bijna éen met alle elementen



       7
    Foto's uit de oude doos worden brozer en brozer

Pronko Pronko Pronko

    Breed de wagen, hobbelig het pad

Stampoola Stampoola

    Reik mij je hand

Niets dwarrelt

Prosso Prosso Prosso

    De klanken verklinken

Niets schakelt met niets

    Trillingen
    Omringen de stilte
    Omringen mij
    Als blaadje de bloem



       8
Het paard–de warme vervoershulp–heeft zich 
  te ruste gelegd

Zij heeft zich bij laten staan door de schijn 
  van de zon
Heeft zich bij laten staan door de schijn van 
  de maan
Is gegaan met de rivier tot aan de oceaan

Zij heeft gegroet met haar voet

Heeft gestampt met haar hand
Is gegaan met de sneeuw tot aan de rand

Zij is gegaan met de maan tot aan de oceaan

Is gegaan met de zon tot aan de bron